Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 12a.

Regels voor bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en bij verordening aangewezen algemene voorzieningen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Halderberge

1. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening in natura of een pgb zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt conform artikel 2.1.4 lid3 en artikel 2.1.4.a lid 4 Wmo 2015 2. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste het bedrag als genoemd in artikel 2.1.4a, vierde lid, voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cli-enten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit geen of een lagere eigen bijdrage is verschuldigd. 3. Een cliënt is geen bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 4. Er zijn geen bij verordening aangewezen algemene voorzieningen. 5. In afwijking van het eerste en tweede lid en in afwijking van artikel 2.1.4.a, vierde lid van de wet: a. is de cliënt voor de maatwerkvoorziening collectief vraagafhankelijk vervoer een ritbijdrage verschuldigd op basis van het in de regio gangbare toepasselijke tarief. De client betaalt de ritbijdrage aan de vervoerder. De vervoerder neemt de ritbijdrage in ontvangst in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt. b. kan een cliënt zich door ten hoogste één sociale begeleider laten vergezellen. De begeleider is dezelfde ritbijdrage verschuldigd als de client, zoals vermeld onder a. Als begeleiding van de client naar het oordeel van het college medisch noodzakelijk is, is de begeleider geen rit-bijdrage verschuldigd. c. is de cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd voor de maatwerkvoorzieningen dagbesteding ontwikkelingsgericht en arbeidsmatige dagbesteding; 6. De kostprijs van een: a. maatwerkvoorziening wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder; b. pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb. 7. De bijdrage voor de (maatschappelijke) opvang wordt geïnd door de aanbieder die de opvang biedt. 8. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening door het CAK vastgesteld en geïnd. 9. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ge-grond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel