**1..** Het college beoordeelt of de aanvrager voldoende pgb-vaardig is. Daarmee wordt bedoeld, dat de budgethouder in staat is de pgb-taken op een verantwoorde manier uit te voeren, als bedoeld in artikel 8.1.1, eerste lid, onderdeel a van de Jeugdwet. Dat is in ieder geval niet zo, als:
de aanvrager handelingsonbekwaam is en onvoldoende hulp krijgt om de pgb-taken goed te kunnen uitvoeren;
de aanvrager onvoldoende inzicht heeft in de eigen financiële situatie, bijvoorbeeld als gevolg van een verstandelijke beperking of psychische problemen;
de aanvrager onvoldoende Nederlands spreekt of schrijft. Uitgangspunt is dat de budgethouder minimaal op taalniveau A2 uit het Europees referentiekader de Nederlandse taal beheerst;
de aanvrager een ernstige verslavingsproblematiek heeft;
de aanvrager schulden heeft die naar verwachting niet meer afgelost kunnen worden (problematische schulden); of als
aan de jeugdige en/of ouder in de periode van drie jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een pgb, een pgb is verleend, en daarna is vastgesteld, dat de jeugdige en/of ouder niet voldeed aan de voorwaarden of verplichtingen voor dit pgb.
**2..** Onder de aan het pgb verbonden taken vallen in ieder geval:
het beheren van het pgb;
het inkopen van passende ondersteuning;
het opstellen van het budgetplan;
het bijhouden van een overzichtelijke administratie;
het aansturen van een hulpverlener; en
het bewaken van de kwaliteit van de in te zetten zorg.
**3..** De pgb-taken kunnen door een ander dan de budgethouder (een pgb-vertegenwoordiger) worden uitgevoerd, als het college heeft vastgesteld, dat:
die persoon in staat is om de pgb-taken op een verantwoorde manier uit te voeren;
de uitsluitingsgronden van het eerste lid niet op die persoon of organisatie aanwezig zijn; en
de pgb-taken niet worden uitgevoerd door de persoon of organisatie die bedrijfs- of beroepsmatig ook de jeugdhulp verleent.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
– Bepalingen over het kunnen uitvoeren van de pgb-taken
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp gemeente Tilburg