**1..** De jeugdige en zijn ouders zijn op verzoek van het college verplicht mee te werken aan de uitvoering van de wet. Die medewerking is nodig om te kunnen vaststellen of jeugdhulp ingezet moet worden, en welke vorm en inhoud die hulp moet hebben. Onder de medewerkingsplicht wordt in ieder geval verstaan, het op verzoek:
meewerken aan het onderzoek naar de inzet van jeugdhulp, als bedoeld in artikel 2.3 van de verordening;
verstrekken van een identiteitsbewijs;
meewerken aan een evaluatie van de ingezette jeugdhulp, als het college hierom vraagt;
deelnemen aan een medisch onderzoek of een onderzoek naar de persoonlijke of gezinssituatie;
indienen van een ingevuld budgetplan met de daarbij behorende bewijsstukken;
toestemming geven voor het opvragen en gebruiken van informatie van andere organisaties, als dat nodig is voor het bepalen van het recht op jeugdhulp en de invulling daarvan.
**2..** Als het college niet kan vaststellen of voldaan is aan de voorwaarden voor een individuele voorziening of een pgb, omdat de jeugdige of ouders onvoldoende medewerking geeft, dan weigert het college de voorziening of het pgb, voor zover het college door die weigering de noodzaak voor jeugdhulp niet kan vaststellen.