Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.
Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien:
het een vervoersvoorziening betreft waarin het collectief vraagafhandkelijk vervoer voorziet;
er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget en professionele hulp niet beschikbaar is;
als uit onderzoek is gebleken dat de aanvrager een eerder persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet.
er sprake is van de verstrekking van een voorziening voor huishoudelijke verzorging bij een hulpvraag die naar verwachting niet langer zal duren dan drie maanden;
op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen dietn te worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget.
Een sportvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een financiële tegemoetkoming en tot een bedrag gelijk aan de kostprijs van de sportvoorziening met een maximum van € 3.500,= welk bedrag is bedoeld voor de aanschaf en het onderhoud van de sportvoorziening voor een periode van vier jaar.
Ten aanzien van de financiële tegemoetkoming voor een sportvoorziening wordt gedurende de periode van maximaal de bepaalde gebruikstermijn in vierwekelijkse perioden een eigen bijdrage in rekening gebracht tot maximaal 50% van de toegekende financiële tegemoetkoming.
Het persoonsgebonden budget voor een eenmalige voorziening wordt door de budgethouder na aanschaf van of besteding aan de voorziening aan het college verantwoordt door voor zover van toepassing het inleveren van:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening;
een overzicht van de salarisadministratie;
Voor zover het een persoonsgebonden budget voor een periodieke voorziening betreft controleert het college steekproefsgewijs tot maximaal 5 jaar na uitbetaling van het persoonsgebonden budget, en verantwoord de budgethouder de besteding van het persoonsgebonden budget desgevraagd door, voor zover van toepassing, het inleveren van:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening;
een overzicht van de salarisadministratieinclusief arbeidsovereenkomst;
De steekproef heeft minimaal een omvang van 20 % van de verstrekte persoonsgebonden budgetten
Op basis van de in het vijfde lid genoemde bewijsstukken besluit het college tot voortzetten, wijzigen of intrekken van het persoonsgebonden budget, of tot het geheel of gedeeltelijk terugvorderen of verrekenen van het verstrekte persoonsgebonden budget.
Hoofdstuk 1.
Artikel 1.0
Regels rond verstrekking en verantwoording.
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Voorst