Naar hoofdinhoud

Artikel 12.

Aanmeldingsplicht en aangifte

Onderdeel van Verordening watertoeristenbelasting 2026

De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, onderdelen b en d, van de Gemeentewet. De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de in het eerste lid bedoelde ambtenaar middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen daartoe gedaan. Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het eerste lid is niet van toepassing voor belastingplichtigen die over een eerder belastingjaar een aanslag watertoeristenbelasting dan wel een aangifte watertoeristenbelasting of een verzoek daartoe hebben ontvangen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel