Het college van burgemeester en wethouders kan een omgevingsvergunning voor tijdelijke woningen op particuliere erven verlenen indien wordt voldaan aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, hetgeen wordt beoordeeld aan de hand van de volgende voorwaarden:
Werkingsgebied en werkingsduur
Deze beleidsregel is van toepassing op aanvragen om een tijdelijke omgevingsvergunning voor het afwijken van het Omgevingsplan ten behoeve van tijdelijke woningen op bestaande erven, binnen de gehele gemeente Assen (met uitzondering van bedrijventerreinen, militaire terreinen en de TRZ). Het werkingsgebied is te zien op een kaart in bijlage 1.
De omgevingsvergunning voor de tijdelijke woning wordt verleend voor een periode van maximaal 10 jaar.
Voorwaarden gebruik
De tijdelijke woning mag alleen worden gebruikt om te wonen. Er zijn geen nevenactiviteiten of andere activiteiten toegestaan in directe relatie tot de tijdelijke woning.
Algemene voorwaarden object
De tijdelijke woning wordt geplaatst op een erf bij een woning, niet zijnde een recreatiewoning.
Er geldt een maximum van één extra wooneenheid.
De tijdelijke woning mag uitsluitend worden geplaatst op een erf waarvan de aanvrager hoofdverblijf heeft in het hoofdgebouw op het betreffende erf.
Een tijdelijke woning kan niet worden gebruikt als tweede bedrijfswoning.
Voor elke nieuwe zelfstandige woonruimte moet worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid volgens de gemeentelijke Nota parkeernormen.
De ontsluiting van de tijdelijke woning naar de openbare weg gaat via de bestaande uitrit.
De tijdelijke woning leidt niet tot een onevenredige afbreuk van de ruimtelijke kwaliteit, de stedenbouwkundige kwaliteit, landschappelijke en de cultuurhistorische waarden.
De tijdelijke woning is goed ingebed in de omgeving met aandacht voor erfovergangen, oriëntatie en structuur van de straat.
Er zijn geen milieubelemmeringen van omliggende gronden en de tijdelijke woning mag geen onevenredige afbreuk doen aan de bedrijfsvoering en ontwikkelmogelijkheden van nabijgelegen (agrarische) bedrijven.
De bouwmogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken op een erf blijven na het plaatsen van een tijdelijke woning ongewijzigd.
De oppervlakte van bijbehorende bouwwerken bij de hoofdwoning inclusief de oppervlakte van de tijdelijke woning in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan:
Bij een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m²: 50% van dat bebouwingsgebied;
Bij een bebouwingsgebied groter dan 100 m² en kleiner dan of gelijk aan 300 m²: 50 m², vermeerderd met 20% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 100 m²; en
Bij een bebouwingsgebied groter dan 300 m³: 90 m² vermeerderd met 10% van het deel van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m², tot een maximum van in totaal 150 m².
Aanvullende voorwaarden object voor percelen gelegen binnen de bebouwde kom
De afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd.
De tijdelijke woning dient in het bebouwingsgebied te worden gebouwd.
Voor de maximale hoogte van de tijdelijke woning gelden de volgende eisen:
Voor zover op een afstand van niet meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofgebouw, niet hoger dan:
5 m;
0,3 m boven de bovenkant van de scheidingsconstructie met de tweede bouwlaag van het hoofdgebouw; en
Het hoofdgebouw.
Voor zover op een afstand van meer dan 4 m van het oorspronkelijk hoofdgebouw:
De tijdelijke woning mag in ieder geval 3 meter hoog zijn;
Een tijdelijke woning of uitbreiding daarvan hoger dan 3 m mag alleen als:
De tijdelijke woning is voorzien van een schuin dak;
De dakvoet niet hoger is dan 3 m;
De daknok gevormd wordt door 2 of meer schuine dakvlakken, met een hellingshoek van niet meer dan 55º, waarbij de hoogte van de daknok niet meer is dan 5 m en wordt begrensd door de volgende formule: maximale dakhoogte [m] = (afstand daknok tot de perceelsgrens [m] x 0,47) + 3.
Indien het perceel aan openbaar gebied grenst, dient de tijdelijke woning ramen aan het openbaar gebied te hebben.
Indien de tijdelijke woning aansluit op een openbaar pad of een weg, dient een extra entree direct op dat openbaar pad of die weg aan te sluiten.
Aanvullende voorwaarden object voor percelen gelegen buiten de bebouwde kom
De tijdelijke woning wordt op het achtererf geplaatst op ten minste 4 m achter de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw en binnen 20 m van het hoofdgebouw binnen het bouwvlak.
De goothoogte van de tijdelijke woning zal ten hoogste 3 m bedragen.
De nokhoogte van de tijdelijke woning zal ten minste 2 m lager dan het hoofdgebouw bedragen.
De tijdelijke woning dient ondergeschikt geplaatst te worden aan de hoofdwoning en qua inpassing te passen bij de andere bebouwing op het erf.
Met een erfinrichtingsplan wordt aangetoond dat de tijdelijke woning goed wordt ingepast op het perceel, waarbij de groene erfstructuur behouden blijft. Hierin moeten de inrit, erfverhardingen en parkeerplaatsen duidelijk worden aangegeven.
In en grenzend aan Nationaal Park Drentsche Aa en Natura 2000-gebieden dient de tijdelijke woning zodanig te worden gesitueerd dat zichtlijnen en het open beekdal worden gerespecteerd, bij voorkeur bij het erfcluster. Waar nodig is een natuurtoets vereist.
Voorwaarden ten aanzien van het proces
De aanvraag voldoet aan het Beleidskader Participatie Omgevingswet van gemeente Assen.
Met de eigenaar van het erf wordt een anterieure overeenkomst (inclusief planschadeovereenkomst) met boetebeding afgesloten dat, wanneer de vergunning voor de tijdelijke woning eindigt, de woonvoorzieningen uit het tijdelijke object (chalet of woonunit) verwijderd moet worden. Een dergelijke voorwaarde wordt ook in omgevingsvergunning opgenomen.
Artikel 2
Algemene vereisten tijdelijke woningen op particuliere erven
Onderdeel van Beleidsregels voor tijdelijke woningen op particuliere erven gemeente Assen 2026