Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 12.

Criteria voor een individuele voorziening

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Veere 2026

Jeugdigen en/of ouder(s) komen slechts in aanmerking voor een individuele voorziening wanneer het college of een andere verwijzer vaststelt dat: a. Sprake is van concrete opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en/of stoornissen bij de jeugdige b. Inzet noodzakelijk is om de jeugdige gelet op deze problemen in staat te stellen: • Gezond en veilig op te groeien. • Te groeien naar zelfstandigheid. • Voldoende redzaam te zijn en maatschappelijk te participeren. c. De jeugdige en/of ouder(s) zelf of met hun sociale netwerk geen passende oplossing voor de hulpvraag kunnen vinden (eigen kracht). Wanneer hiervan sprake is, staat in artikel 13 van deze verordening, en d. Een algemene voorziening geen oplossing biedt voor de hulpvraag, en e. De jeugdige en/of ouder(s) geen aanspraak kunnen maken op een andere voorziening om de hulpvraag op te lossen. Als de aanvraag ziet op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige en/of ouder(s) voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, verstrekt het college alleen een voorziening: a. Als op het moment van de aanvraag sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en b. Voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. Het college verstrekt alleen een voorziening als bedoeld in lid 2 als de gemaakte kosten zien op een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst passende en tijdig beschikbare voorziening. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de criteria, zoals genoemd in lid 1 en lid 2.

Rechtspraak bij dit artikel