Als een jeugdige of zijn ouder(s) in aanmerking komen voor een individuele voorziening, maar de jeugdhulp zelf wensen in te kopen door middel van een pgb, dienen de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger daartoe een pgb-plan in volgens een door het college vastgesteld en ter beschikking gesteld format. In het pgb-plan is opgenomen:
a. De motivatie waarom het natura-aanbod van de gemeente volgens de jeugdige of zijn ouder(s) niet passend is en een pgb gewenst is;
b. Welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen inkopen met een pgb, wat het beoogde resultaat is en wanneer en hoe wordt geëvalueerd;
c. De voorgenomen uitvoerder van de individuele voorziening en de wijze waarop de jeugdhulp georganiseerd wordt;
d. op welke wijze de kwaliteit van de in te kopen jeugdhulp is gewaarborgd;
e. de kosten van de uitvoering, uitgedrukt in aantal eenheden en tarief;
f. Indien van toepassing, welke jeugdhulp de jeugdige of zijn ouder(s) willen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk;
g. De motivatie aan de hand van de tien punten benoemd in artikel 19 lid 1 waaruit blijkt dat de budgethouder of budgetbeheerder in staat is de aan een pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren;.
h. Er is een extra toelichting nodig als er meer dan 5 hulpverleners (zowel formeel als informeel) wordt ingezet. Hierbij behoudt de gemeente zich het recht om het aantal hulpverleners te begrenzen, indien het aantal hulpverleners invloed heeft op de uitvoerbaarheid van de hulp, de kwaliteit van de hulp, het overzicht en coördinatie van de hulp en belasting van de PGB houder in de rol van aansturend werkgever.
Het college verstrekt een pgb als:
a. De jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college gecontracteerde aanbieder, niet passend achten;
b. Uit de beoordeling van de pgb-vaardigheid met inachtneming van artikel 19 blijkt dat de budgethouder of, indien van toepassing, de budgetbeheerder in staat is uitvoering te geven aan de eisen die het beheer van een pgb met zich meebrengt; en
c. Naar het oordeel van het college met inachtneming van artikel 21 is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige of zijn ouder(s) dan wel zijn wettelijk vertegenwoordiger van het budget willen betrekken, van goede kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het pgb-plan opgenomen beoogde resultaat.
Het college verstrekt geen pgb als er twijfels zijn over de integriteit van de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp, wat zich in ieder geval voordoet indien de voorgenomen uitvoerder van de jeugdhulp in de drie jaar voorafgaande aan de aanvraag:
a. Fraude, in de zin van opzettelijke misleiding om financieel voordeel te verkrijgen, heeft gepleegd;
b. Betrokken is geweest bij strafbare feiten of overtredingen heeft begaan die de veiligheid en de kwaliteit van de hulp in gevaar brengen;
c. Veroordeeld is wegens het plegen van strafbare feiten tot een gevangenisstraf;
d. Op basis van een Bibob-toets (een toets op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) door het college is geweigerd als zorgaanbieder.
Het college weigert een pgb als een wettelijke weigeringsgrond als bedoeld in artikel 8.1.1, vierde lid, van de wet van toepassing is.
Een pgb dient door de jeugdige of hun ouders binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt. Als dit niet is gebeurd, kan de beschikking worden ingetrokken.
Het college weigert het pgb als er naar oordeel van het college sprake is van een belangenverstrengeling tussen de budgethouder en de derde aan wie de budgethouder het pgb wenst te besteden. Onder de derde wordt tevens een aan die derde gelieerde (rechts)persoon verstaan;
Het college weigert een pgb voor de kosten de jeugdhulp:
a. Als deze is gerealiseerd of aangevangen vóór de melding dan wel aanvraag;
b. Als de jeugdige binnen de budgetperiode opnieuw een aanvraag doet omdat de met het pgb aangeschafte voorziening niet meer bruikbaar of beschikbaar is door aan de jeugdige of diens ouders te verwijten omstandigheden;
c. Voor zover de kosten van het betrekken van de jeugdhulp van derden hoger zijn dan de kosten van de natura voorziening.
Het college neemt een aanvraag voor een pgb niet in behandeling als de budgethouder of diens vertegenwoordiger geen budget- motivatieplan indient of een bespreking van het budgetplan weigert of, na daartoe te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt. Daarbij geldt dat het college de genoemde personen eerst in de gelegenheid stelt het verzuim te herstellen.
Het college kan het pgb weigeren als een gegrond vermoeden bestaat om aan te nemen dat er geen of onvoldoende sprake is van gewaarborgde hulp.
Het is niet toegestaan een overeenkomst te sluiten met een derde waarin het bieden van de geïndiceerde ondersteuning mede afhankelijk is van de woonruimte die door dezelfde derde of door een aan die derde gelieerde (rechts)persoon wordt geboden, tenzij het wonen (verblijf) onderdeel is van de indicatie.
Het college kan nadere regels stellen over de aan een pgb verbonden voorwaarden en verplichtingen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 18.
Aanvullende regels om in aanmerking te komen voor een pgb
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Veere 2026