Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3

Artikel 22.

De hoogte van het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Veere 2026

Het pgb voor formele hulp, niet zijnde ZZP’ers, bedraagt ten hoogste 90% en voor formele hulp door ZZP’ers 75 % van het tarief voor de goedkoopst passende individuele voorziening van zorg in natura. In afwijking van het eerste lid kan het college een hoger pgb toekennen wanneer het hier genoemde tarief niet toereikend is om de bij de hulpvraag passende jeugdhulp in te kopen. Het pgb dat het college toekent, bedraagt maximaal 100% van de goedkoopst passende individuele voorziening in natura. Het voor de jeugdige geldende maximale tarief per uur, dagdeel of etmaal, zoals wordt vastgesteld op de dag van de toekenning, blijft gedurende de looptijd van de toekenning ongewijzigd, met uitzondering van eventuele indexaties van de bedragen. Als de uitgaven aan hulp hoger zijn dan het door de gemeente pgb tarief, betaalt de jeugdige of zijn ouders of zijn wettelijke vertegenwoordiger zelf het verschil. Als de informele of formele hulpverlener de hulp wil aanbieden tegen een lager tarief dan de tarieven die in dit artikel worden genoemd, is het mogelijk van de tarieven van dit artikel af te wijken. Het college neemt in het besluit op dat een lager tarief wordt verstrekt, en dat dit tarief op verzoek van de jeugdige of zijn ouders of zijn wettelijke vertegenwoordiger is vastgesteld. De hoogte van het pgb voor dienstverlening kan opgebouwd zijn uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie en verzekeringen. De volgende kosten zijn uitgesloten voor vergoeding vanuit een pgb: a. Kosten voor bemiddeling; b. Kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; c. Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; d. Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; e. Kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; f. Reiskosten van de hulpverlener; g. Bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld; h. Overlijdensuitkering; i. Kosten voor een aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag; j. Kosten die worden gemaakt voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet toestemming is gegeven door het college. De hoogte van een pgb voor informele hulp bedraagt: a. Voor begeleiding is de hoogte van het PGB gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantie bijslag, op basis van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. b. Voor persoonlijke verzorging is de hoogte van het pgb gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. In geval sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarbij werkgeverslasten afgedragen moeten worden, wordt het pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het lage tarief, tenzij niet aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Dan verhoogt het college het pgb met het hoge tarief. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB. Mocht het lagere tarief zijn gehanteerd, en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhoogt het college ook achteraf nog het budget.

Rechtspraak bij dit artikel