In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Aanvraag: een verzoek van een belanghebbende om een besluit te nemen overeenkomstig artikel 1:3 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht (AWB);
Algemene voorziening: aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van gebruikers, toegankelijk is, en dat gericht is op maatschappelijke ondersteuning;
Algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is, niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen en voor de cliënt daadwerkelijk beschikbaar is, financieel gedragen kan worden met een inkomen op minimumniveau en een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de client in staat is tot zelfredzaamheid en participatie.
Andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de wet;
Beperkingen: aan de persoon verbonden factoren die er toe leiden dat deze niet (volledig) in staat is tot zelfredzaamheid en/of participatie;
Budgethouder: de persoon die een pgb ontvangt op grond van de Wmo 2015;
Budgetplan: pgb-plan als bedoeld in artikel 53 lid 2 van deze verordening;
Bijdrage: bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4 a van de wet;
Cliënt: persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
Cliëntondersteuning: onafhankelijke ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
College: college van burgemeester en wethouders;
Diensten: maatwerkvoorziening niet zijnde hulpmiddelen of woningaanpassingen;
Dienstverlener: de zorgverlener die ingevolge een pgb diensten verleent aan een budgethouder;
Eigen kracht: de eigen mogelijkheden en het vermogen van de cliënt om zelf tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie of tot een oplossing voor zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang te komen;
Financiële maatwerkvoorziening: een maatwerkvoorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming, die forfaitair (vast bedrag) wordt vastgesteld;
Gebruikelijke hulp: hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
Hoofdverblijf: de woonruimte, bestemd en geschikt voor permanente bewoning, waar de persoon met beperkingen zijn vaste woon- en verblijfplaats heeft;
Huisgenoot: iedere persoon met wie de cliënt gemeenschappelijk een woning bewoont;
Hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
Ingezetene: cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Veere;
Ondersteuningsplan: document dat samen met de cliënt, zijn gemachtigde of wettelijk vertegenwoordiger wordt opgesteld waarin de belemmeringen beschreven staan en de manier waarop de belemmeringen aangepakt gaan worden;
Persoonlijk plan: plan waarin de cliënt de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.3.2 lid 4 Wmo 2015 onderdelen a tot en met g van de wet, beschrijft en aangeeft welke maatschappelijke ondersteuning naar zijn mening het meest is aangewezen;
• Maatschappelijke ondersteuning:
a. Bevorderen van de sociale samenhang, de mantelzorg en vrijwilligerswerk, de toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente, alsmede voorkomen en bestrijden van huiselijk geweld,
b. Ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving,
c. Bieden van beschermd wonen en opvang;
• Maatwerkvoorziening:
a. Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen:
i. Ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,
ii. Ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
iii. Ten behoeve van beschermd wonen en opvang.
b. Onder een maatwerkvoorziening wordt, met inachtneming van hetgeen bepaald in deze verordening, tevens een financiële tegemoetkoming verstaan;
• Mantelzorg: hulp ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen, opvang, jeugdhulp, het opvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en overige diensten als bedoeld in de Zorgverzekeringswet, die rechtstreeks voortvloeit uit een tussen personen bestaande sociale relatie en die niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
• Melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
• Pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
• Sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
Uitvoeringsbesluit Wmo 2015: landelijke Algemene Maatregel van Bestuur ingevolge artikel 2.1.4, vierde lid aanhef en onder b van de Wmo 2015;
Voorliggende voorziening: een voorziening ontleend aan een andere wettelijke regeling dan de Wmo 2015 en waarmee de ondersteuningsaanvraag wordt tegemoetgekomen;
Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
Woonvoorziening: bouwkundige of niet-bouwkundige maatwerkvoorziening in de woning van een cliënt, waardoor de cliënt in zijn woning kan blijven wonen;
Zelfredzaamheid: in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemeen dagelijkse levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Zowel van personen met als zonder beperking mag worden verwacht dat zij waar mogelijk hulp vragen en aanvaarden van naasten en derden. Het streven is om de persoon op het niveau van participatie en zelfredzaamheid te brengen die bij de situatie past.
Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet bestuursrecht.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 36.
Definities
Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Veere 2026