Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 46.

Algemene criteria voor een maatwerkvoorziening

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Veere 2026

Het college neemt de melding en het ondersteuningsplan als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in zijn zelfredzaamheid of participatie, als de cliënt de beperkingen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: a. Eigen kracht en/of; b. Gebruikelijke hulp en/of; c. Mantelzorg en/of; d. Hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of; e. Algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of; f. Algemene voorzieningen en/of; g. Andere voorzieningen. Een cliënt met psychische of psychosociale problemen en een cliënt die vanwege huiselijk geweld of om een andere reden de thuissituatie heeft verlaten, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, als de cliënt de problemen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van: a. Eigen kracht en/of; b. Gebruikelijke hulp en/of; c. Mantelzorg en/of; d. Hulp van andere personen uit het sociale netwerk en/of; e. Algemeen gebruikelijke voorzieningen en/of; f. Algemene voorzieningen en/of; g. Andere voorzieningen. Het college kan nadere regels stellen over de maatwerkvoorzieningen die op grond van lid 2 en lid 3 beschikbaar zijn. Een cliënt komt enkel in aanmerking voor een financiële maatwerkvoorziening voor zover: a. Hiermee naar oordeel van het college een passende bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven, en; b. Het betreft een voorziening waarvoor niet tijdig een passende voorziening in natura of middels een pgb beschikbaar is. Als het college van oordeel is dat een cliënt zijn behoefte aan maatschappelijke ondersteuning redelijkerwijs van te voren had kunnen voorzien en met zijn beslissing had kunnen voorkomen, kan het college besluiten dat de cliënt niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening met betrekking tot zelfredzaamheid of participatie. 7. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de eerder verstrekte voorziening technisch is afgeschreven: a. Tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen b. Tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; c. Of als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. Als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst, passende, tijdig beschikbare voorziening. Geen voorziening wordt toegekend als de cliënt door zijn gedrag het verstrekken, onderhouden of verantwoorden van de voorziening onmogelijk maakt. Het college kan nadere regels stellen ter verdere uitwerking van de hier bovengenoemde voorwaarden.

Rechtspraak bij dit artikel