Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 4

Artikel 56.

Hoogte pgb

Onderdeel van Verordening jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning gemeente Veere 2026

1. De hoogte van het pgb voor een zaak wordt maximaal vastgesteld op: a. Het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening in natura bij de leverancier waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, zo nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering of; b. Het bedrag van de kosten volgens de door het college geaccepteerde offerte indien de gemeente voor de betreffende zaak geen overeenkomst heeft gesloten. De hoogte van het pgb voor formele ondersteuning is gelijk aan het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura, tenzij op basis van het budgetplan van de cliënt passende en toereikende ondersteuning voor een lager tarief kan worden ingekocht. De hoogte van het pgb voor informele ondersteuning is bij het bestaan van een dienstbetrekking gelijk aan de hoogste periodiek voor de benodigde ondersteuning in de desbetreffende CAO, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. Als het op basis van lid 1 en lid 3 vastgestelde pgb in een individueel geval onvoldoende is om de aangewezen voorziening te kunnen inkopen, wordt het tarief zodanig aangepast dat de ondersteuning hiermee bij tenminste één aanbieder kan worden ingekocht. 5. Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget worden de volgende criteria gehanteerd: a. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is afgeleid van de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd bij verstrekking in natura. b. Bij diensten – met uitzondering van huishoudelijke ondersteuning – is sprake van een gedifferentieerde tariefstelling voor inkoop via een pgb bij erkende zorginstellingen, een zelfstandige zonder personeel (ZZP) of eenmansbedrijf en niet-professionals. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: i. Een budgethouder die een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met een voor de sector toepasselijk cao, kan het maximum (90%) pgb-tarief ontvangen. ii. Inschakeling van een zzp’er of zorgorganisatie die arbeidsvoorwaarden met lagere loonschalen hanteert, leidt als gevolg van aannemelijke minderkosten, tot een maximum pgb-tarief van 75%. iii. Wordt de ondersteuning geleverd door een persoon uit het netwerk van de cliënt (die al dan niet een professionele hulpverlener is) dan bedraagt het pgb tarief: • Voor huishoudelijke ondersteuning is de hoogte van het pgb gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, op basis van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. • Voor begeleiding is de hoogte van het pgb gelijk aan het dan geldende minimum uurloon, inclusief vakantiebijslag, zoals bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag voor een persoon van 21 jaar of ouder met een 36-urige werkweek. De hoogte van het pgb is in ieder geval niet hoger dan de kostprijs van zorg in natura. c. Het college kan de hoogte van het pgb als bedoeld in a t/m c vaststellen op basis van een door de cliënt aan te leveren offerte. d. In het persoonsgebonden budget is geen ruimte voor een vrij besteedbaar bedrag. e. In geval sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarbij werkgeverslasten afgedragen moeten worden, wordt het pgb verhoogd met deze werkgeverslasten. Hierbij gaat het college uit van het lage tarief, tenzij niet aan de voorwaarden hiervoor wordt voldaan. Dan verhoogt het college het pgb met het hoge tarief. Beide tarieven worden (mede) gepubliceerd op de website van de SVB. Mocht het lagere tarief zijn gehanteerd, en later blijken dat het hogere tarief van toepassing is, dan verhoogt het college ook achteraf nog het budget. 6. Het pgb moet besteed worden aan Wmo-ondersteuning en mag bijvoorbeeld niet besteed worden aan: a. Kosten voor bemiddeling; b. Kosten voor tussenpersonen of belangenbehartigers; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb; Kosten voor feestdagenuitkering en een eenmalige uitkering; Reiskosten van de hulpverlener; Bijkomende zorgkosten, zoals cursuskosten of entreegeld; Overlijdensuitkering. Aan het persoonsgebonden budget zijn de volgende verplichtingen en voorwaarden verbonden: De budgethouder maakt met de hulpverlener of aanbieder in een schriftelijke overeenkomst tenminste afspraken over het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning, de kwaliteit en de wijze van declareren. Als uit de gegevens van de SVB blijkt dat binnen een half jaar geen besteding heeft plaatsgevonden, kan in overleg met de cliënt beëindiging of omzetting naar hulp in natura plaatsvinden c. Een persoonsgebonden budget voor het sociaal netwerk is mogelijk als de hulp: i. de gebruikelijke hulp overstijgt en in alle redelijkheid en billijkheid niet verwacht kan worden dat iemand dit in het kader van mantelzorg doet; ii. aantoonbaar aan dezelfde eisen van doelmatigheid en efficiency voldoet als de maatwerkvoorziening in natura voor de betreffende diensten. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van persoonsgebonden budgetten. Het college kan in de nadere regels eisen stellen met betrekking tot de verstrekking, uitsluitingsgronden, de hoogte, uitbetaling, besteding, kwaliteitseisen en verantwoording van de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen maatwerkvoorziening. Het pgb moet in ieder geval toereikend zijn om maatschappelijke ondersteuning in te kunnen kopen die voldoet aan de kwaliteitseisen zoals bedoeld in de wet en die in redelijkheid geschikt is voor het doel waarvoor het pgb wordt toegekend. Een pgb dient door de cliënt binnen drie maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel