Een vervoersvoorziening wordt toegekend wanneer:
Het gaat om een vervoersvraag voor een jeugdige die een indicatie heeft voor een individuele voorziening jeugdhulp, en;
Het voor de jeugdige en/of zijn ouders niet mogelijk is om op eigen kracht en eigen verantwoordelijkheid (al dan niet gedeeltelijk en/of met behulp van het eigen netwerk) het vervoer te organiseren, en;
Er geen andere wettelijke regeling/voorziening is waarvan de jeugdige gebruik kan maken voor het vervoer naar de jeugdhulpvoorziening, en;
Er geen passende jeugdhulpvoorziening op kortere afstand beschikbaar is, en;
De minimale afstand tot de jeugdhulpvoorziening meer dan 10 kilometer bedraagt; alles daaronder wordt gezien als verantwoordelijkheid van ouders en wordt van hun verwacht dat zij dit zelf regelen.
Hoofdstuk 1 › Paragraaf 4
Artikel 13.
Criteria vervoersvoorziening/vergoeding
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Veere 2026