Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Paragraaf 5

Artikel 17.

Voorliggende voorzieningen

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Veere 2026

In de regio zijn zwemlessen georganiseerd voor kinderen met een beperking. Deze worden als voorliggend gezien. Deze lijst is niet uitputtend: • Zwemles op de eigen bijzondere basisschool. • Zwemplus op de Sprienke voor kinderen met een bewegingsachterstand of bewegingsbeperking. • Zwemplus bij Omnium voor kinderen met een beperking. • Zwemles voor kinderen van Springtij in Vlissingen. Artikel 18. aanvullende criteria jeugdhulp voor het behalen van zwemdiploma A of zwemcertificaat A 1. Als zwemles in groepsverband niet voldoende is om zwemdiploma A te halen, beoordeelt het college of de jeugdige of zijn ouders in aanmerking komen voor jeugdhulp. Na ontvangst van de aanvraag beoordeelt het college: a. Wat de hulpvraag is. b. Of er bij de jeugdige sprake is van opgroei en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waardoor de jeugdige niet in staat is om door zwemles in groepsverband zwemdiploma A te halen. De ouders hebben hierbij een inlichtingenplicht en een medewerkingsplicht. Het is in eerste instantie aan de ouder om aan te tonen dat de jeugdige, door opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of een stoornis, niet in staat is om zwemdiploma A te halen door zwemles in groepsverband. Als door de ouder onvoldoende is aangetoond dat de jeugdige door zwemles in groepsverband niet in staat is om zwemdiploma A te halen, onderzoekt het college dit. Als het college niet beschikt over deskundigheid om te beoordelen of de jeugdige in staat is om door zwemles in groepsverband zwemdiploma A te halen, schakelt zij hierbij een deskundige in. c. Indien is vastgesteld dat bij de jeugdige sprake is van opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen, waardoor de jeugdige niet in staat is om door zwemles in groepsverband zwemdiploma A te halen beoordeelt het college welke hulp nodig is om gezond en veilig op te groeien, te groeien naar zelfstandigheid en voldoende zelfredzaam te zijn om maatschappelijk te participeren. Hierbij wordt beoordeeld of en welke hulp nodig is om zwemdiploma A of zwemcertificaat A te halen, zo nodig door inschakeling van een deskundige. Het college onderzoekt de aanvraag overeenkomstig de artikelen 11 tot en met 13 uit de verordening. Het college beoordeelt of door de jeugdige of de ouder aanspraak gemaakt kan worden op zwemles in groepsverband met als doel om zwemcertificaat A te halen. Het college neemt als uitgangspunt dat een zwemcertificaat A voldoende is om zwemvaardig te zijn. Als door middel van zwemles in groepsverband zwemcertificaat A behaald kan worden, bestaat er geen recht op jeugdhulp omdat de jeugdige of de ouder aanspraak kan maken op een algemene voorziening. Bij het bepalen van de goedkoopste passende voorziening wordt er rekening mee gehouden dat de ouder in eerste instantie zelf verantwoordelijk is om de zwemles van de jeugdige te bekostigen. De hoogte van de jeugdhulp bedraagt daarom de kosten voor extra begeleiding te verminderen met de kosten van zwemles in groepsverband. Het college controleert de kwaliteit van de jeugdhulp die wordt aangeboden in natura of in de vorm van pgb. Hoofdstuk 4 van de wet en de artikelen 21 en 30 tot en met 33 van de verordening zijn daarom van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel