Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 33.

Onderzoek en gesprek

Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Veere 2026

In aanvulling op artikel 44 van de verordening gaat het college ervan uit dat zelfredzaamheid en participatie in de samenleving een verantwoordelijkheid is dat elk individu heeft. Vanuit de gedachte dat de cliënt een inspanningsverplichting heeft om de eigen situatie te verbeteren, wordt beoordeeld wat de cliënt zelf nog kan, zo nodig met hulp van zijn sociale netwerk, mantelzorg, algemeen gebruikelijke dan wel algemene voorzieningen. Mocht dit alles niet leiden tot compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, dan wordt tenslotte beoordeeld in hoeverre een maatwerkvoorziening een zodanig passende bijdrage kan leveren dat de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid, participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven wonen. Na de melding volgt een afspraak (in beginsel in de thuissituatie van de cliënt) voor een gesprek tussen de inwoner en de consulent. Bij het gesprek kan een onafhankelijke cliëntondersteuner aanwezig zijn. Als de cliënt een familielid, vriend of mantelzorger mee wil nemen om deel te nemen aan het gesprek, dan is dat altijd mogelijk. Het gesprek wordt dan gezamenlijk (altijd in aanwezigheid of nabijheid van de cliënt) gevoerd. De consulent kan te allen tijde, in het belang van het onderzoek, een reden hebben om de inwoner (ook) alleen te spreken, bijvoorbeeld als de indruk bestaat dat de aanwezige derde(n) ongeoorloofde druk of invloed uitoefent op de inwoner, bijvoorbeeld om bepaalde dienstverlening al dan niet te betrekken. Voor zover daartoe aanleiding is, komen in dat gesprek ook de andere domeinen (Jeugdwet, Participatiewet, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, Wet inburgering, Wet langdurige zorg, Zorgverzekeringswet) aan de orde. De consulent maakt een verslag van het gesprek. Dit verslag is onderdeel van het ondersteuningsplan.

Rechtspraak bij dit artikel