De periode waarvoor een indicatie voor dienstverlening wordt afgegeven is afhankelijk van meerdere factoren. In de eerste plaats of er sprake is van Wmo-ondersteuning.
Voor een Wmo-maatwerkvoorziening geldt het uitgangspunt dat een voorziening voor langere tijd kan worden afgegeven. De duur is afhankelijk van de levensfase en persoonlijke omstandigheden van de inwoner. Dit is maatwerk. De duur van de voorziening kan voor zowel bepaalde (met einddatum) als voor als onbepaalde tijd (zonder einddatum) zijn, en alle periodes daartussen.
Voor welke termijn een voorziening wordt afgegeven, is afhankelijk van de volgende factoren:
a. De aard van de voorziening, de beperkingen en leerbaarheid van de inwoner en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen;
b. De woonomstandigheden en bij dienstverlening de samenstelling van het huishouden van de inwoner en de veranderingen die zich daarin kunnen voordoen.
Om een voorziening zonder einddatum te kunnen afgeven moet uit het onderzoek blijken dat:
a. Er sprake is van een situatie waarin niet verwacht wordt dat de inwoner zelfredzamer kan worden en dat de leerbaarheid van de inwoner niet kan verbeteren, al dan niet door inzet van gebruikelijke hulp, mantelzorg of algemene voorzieningen. Hierdoor is de inwoner blijvend aangewezen op de ondersteuning vanuit de Wmo;
b. Er geen verandering te verwachten is in de situatie van inwoner of in omvang van de noodzakelijke hulp;
c. Er geen verwachting is dat de inwoner verslechterd en daardoor in aanmerking komt voor de Wlz.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 7
Artikel 61.
Duur van de voorziening
Onderdeel van Nadere regels jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning Veere 2026