De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingtijdvak. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.
In afwijking van het eerste lid, wordt de belasting in de gevallen als bedoeld in artikel 6, derde lid, en met toepassing van het vierde en vijfde lid van dat artikel, geheven naar een vast bedrag per arrangement.
Op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedaan verzoek wordt de maatstaf van heffing als bedoeld in het tweede lid vastgesteld op het werkelijk aantal overnachtingen als bedoeld in het eerste lid, als blijkt dat dit resulteert in een lager aanslagbedrag.