**1..** Het voorwerp van de belasting is een woon- of bedrijfsruimte.
**2..** Als één ruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen ruimte;
een gedeelte van een in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer ruimten, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, of de in het tweede lid, onderdeel b, bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde ruimte, van een in het tweede lid, onderdeel b, bedoeld gedeelte daarvan of van een in het tweede lid, onderdeel c, bedoeld samenstel.
Artikel 3
Voorwerp van de belasting
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2026