Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening precariobelasting Hoogeveen 2026

De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: a.. voorwerpen, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; b.. voorwerpen, waarvoor met de gemeente een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; c.. voorwerpen, waarvan de gemeente genot hebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; d.. voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in het algemeen belang dan wel worden gebezigd voor een godsdienstig of cultureel doel; e.. voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige niet-commerciële buurtactiviteiten; f.. voorwerpen, welke uitsluitend als gedenkteken dienen ter nagedachtenis van gevallenen van oorlogsgeweld en ten hoogste 0,2 m2 openbare grond in beslag nemen. g.. deuren, welke krachtens een wettelijk voorschrift naar buiten moeten openslaan; h.. brievenbussen, bloemen- of plantenbakken; i.. afvoerbuizen van hemelwater, welke aan een gebouw zijn aangebracht en niet meer dan 0,15 meter buiten de gevel uitsteken; j.. voorwerpen, welke uitsluitend voorzien in een algemeen belang dan wel worden gebezigd voor weldadige doeleinden en welke niet worden geëxploiteerd tegen betaling; k.. buizen in de grond, tot lozing van fecaliën, huishoudelijk of hemelwater; l.. voorwerpen ten dienste van het wegverkeer om het gebruik van wegen door zich daarop voortbewegend verkeer te vergemakkelijken, waaronder in ieder geval worden begrepen algemene bewegwijzeringen waarmee een algemeen belang wordt gediend.

Rechtspraak bij dit artikel