Een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet kan worden geweigerd als:
naar het oordeel van burgemeester en wethouders het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang
het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorwaarden en voorschriften aan de vergunning
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand
de leefbaarheid van de omgeving het met de onttrekking, samenvoeging, omzetting of woningvorming gediende belang, (verder) onder druk komt te staan of het streven naar het behoud van een vitale leefgemeenschap daarmee in het geding komt
Een vergunning wordt door het college van burgemeester en wethouders ingetrokken als:
niet binnen een jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt;
de voorwaarden genoemd in de vergunning niet worden nageleefd;
de vergunning is verstrekt op basis van onjuiste gegevens.
De geldigheid van de onttrekkingsvergunning vervalt zodra
de woning weer permanent wordt bewoond;
de woonruimte wordt verkocht;
de termijn van de uitgegeven vergunning is verstreken.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf
Artikel 14.
Weigeringsgronden
Onderdeel van Huisvestingsverordening gemeente Vlieland 2025 – 2029