Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7.

Artikel 7.5

Bestraffend handhaven: de bestuurlijke boete

Onderdeel van Beleidsregels gemeentelijke taken uitvoering Wet kinderopvang gemeente Utrechtse Heuvelrug, 2025

Bestraffende handhaving; het geven van een boete, is gericht op het bestraffen van begane overtredingen, ongeacht of deze inmiddels hersteld zijn. Bestraffende handhaving wordt vaak gecombineerd met herstellende handhaving. Voor enkele ernstige overtredingen kan de gemeente direct een boete opleggen, ook als de houder maatregelen neemt om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. De boete heeft naast een bestraffende ook een preventieve werking. In hoofdstuk 8 zijn de overtredingen opgenomen waarvoor boetes (kunnen) worden gegeven, net als de (maximale) boetebedragen. Elke overtreding beoordeelt en bestraft de gemeente afzonderlijk. Dit geldt ook wanneer één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden. Daarnaast kan de gemeente een boete opleggen als een houder na een aanwijzing geen maatregelen heeft genomen om herhaling of voortduren van een overtreding te voorkomen. Zodra één kwaliteitseis meerdere keren is overtreden, beoordeelt de gemeente of het totale boetebedrag dat wordt opgelegd evenredig is met de ernst van de overtredingen en de mate waarin de kwaliteit van opvang negatief werd beïnvloed. Een boete heeft altijd financiële gevolgen voor de overtreder. De draagkracht van een overtreder speelt geen rol bij het bepalen van de hoogte van een boete. Deze draagkracht is voor de gemeente immers moeilijk vast te stellen. Een boete treft niet elke overtreder even zwaar. Als de overtreder kan aantonen dat hij een boete niet in één keer kan betalen zonder dat de continuïteit van de opvang in gevaar komt, dan is dat in beginsel geen reden om een boete te matigen of van het opleggen van een boete af te zien. Wel kan dit reden zijn om een betalingsregeling toe te staan. De gemeente houdt wel rekening met de omvang van de organisatie bij het bepalen van het boetebedrag. Het (vrijwillig) sluiten van een locatie is ook geen reden om af te zien van het opleggen van een boete. Overtredingen kunnen dusdanig ernstige gevolgen hebben dat kinderen deze levenslang met zich mee kunnen dragen. Dit zijn dan ook zeer ernstige overtredingen, in beginsel legt de gemeente hiervoor altijd een boete op. Wanneer een organisatie het niet eens is met de opgelegde sanctie, kan zij op basis van de (Awb) bezwaar maken en, indien nodig, beroep aantekenen bij de rechter. Dit biedt kinderopvangorganisaties de mogelijkheid om juridische bescherming te zoeken tegen maatregelen die zij als onterecht ervaren. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete stemt de gemeente de hoogte van de boete altijd af op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Daarbij houdt de gemeente rekening met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Om tot matiging over te gaan, verwacht de gemeente een actieve houding van de overtreder. Het is belangrijk dat een houder niet alleen stelt dat bepaalde (bijzondere) omstandigheden zich hebben voorgedaan, maar dat de houder dit ook aantoont. Als met één feitelijke gedraging twee of meerdere overtredingen zijn begaan legt de gemeente alleen een bestuurlijke boete op voor de overtreding met het hoogste boetebedrag. Daarnaast matigt de gemeente een boete aan de hand van de omvang van de organisatie.

Rechtspraak bij dit artikel