De kandidaat-wethouder legt de documenten en informatie over die nodig zijn voor de door de commissie te verrichten toetsing. Daaronder valt in ieder geval een door het Ministerie van Veiligheid en Justitie verstrekte Verklaring omtrent het gedrag. De kandidaat-wethouder maakt bovendien alle overige door hem/haar in dat verband relevant geachte informatie aan de commissie kenbaar, waaronder relevante zakelijk en financiële belangen.
De kandidaat-wethouder wordt in de gelegenheid gesteld de documenten en aangedragen informatie mondeling toe te lichten.
Bij de benoeming van een wethouder stelt de raad een commissie in bestaande uit drie raadsleden. De commissie onderzoekt of benoeming van de kandidaat voldoet aan de vereisten van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid, van de Gemeentewet en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de benoeming tot wethouder. Bij het onderzoek naar de benoembaarheid van de wethouders wordt de door de raad vastgestelde gedragscode betrokken. Deze onderzoekt de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van de nieuw benoemde raadsleden en brengt vervolgens advies uit aan de raad over de toelating van de nieuw benoemde raadsleden tot de raad. Indien van toepassing, wordt van een minderheidsstandpunt melding gemaakt in dit advies.
De burgemeester kan voor de aanvang van iedere ambtstermijn opdracht geven om de kandidaat-wethouders aan een risicoanalyse integriteit te onderwerpen. De burgemeester brengt over het eindresultaat daarvan verslag uit aan de raad.
Hoofdstuk 1.
Artikel 6.
Benoeming wethouders
Onderdeel van Reglement van orde vergadering gemeenteraad Veere