Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
vliegtuig:
een luchtvaartuig, zwaarder dan lucht en voorzien van een voortstuwingsinrichting;
zweefvliegtuig:
een luchtvaartuig, zwaarder dan lucht en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat dynamisch in de lucht kan worden gehouden ten gevolge van reactiekrachten op vlakken, die bij een zelfde vliegtoestand niet van stand behoeven te veranderen;
hefschroefvliegtuig:
een draagschroefvliegtuig (helicopter) met tijdens de vlucht mechanisch aangedreven vlakken;
motorzweefvliegtuig:
een vleugelvliegtuig, dat voor het uitvoeren van een langdurige vrije vlucht niet afhankelijk is van een voortstuwingsinrichting;
ultra light vliegtuig:
een vleugelvliegtuig van eenvoudige constructie met een totaal massa van niet meer dan 390 kg;
vrije ballon:
een luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat niet is voorzien van een voortstuwingsinrichting en niet door middel van een ankerkabel of lijn is bevestigd aan het aardoppervlak;
gewicht:
het maximum gecertificeerd startgewicht van het vliegtuig, zoals dat blijkt uit het bij het vliegtuig behorende bewijs van luchtwaardigheid;
oppervlakte:
het product in m2, van de grootste lengte en breedte van het vliegtuig in luchtwaardige toestand, dan wel in een toestand met de vleugels of rotors opgevouwen;
etmaal:
een tijdsruimte van 24 uren, te rekenen vanaf het tijdstip van landing van een vliegtuig op het luchtvaartterrein;
overlandvlucht:
een vlucht, waarbij het vliegtuig landt op een ander luchtvaartterrein dan dat, vanwaar het is opgestegen;
terreinvlucht:
een vlucht, na welke het vliegtuig landt op hetzelfde luchtvaartterrein als waarvan het is opgestegen, zonder een tussenlanding te hebben uitgevoerd op een ander luchtvaartterrein;
lesvlucht:
een overland of een terreinvlucht onder leiding van een bevoegde instructeur om vliegvaardigheid te krijgen;
rondvlucht:
een vlucht, die vervoer door een luchtvaartmaatschappij ten doel heeft, van ten hoogste 60 minuten, welke aanvangt en eindigt op hetzelfde luchtvaartterrein;
fotovlucht:
een vlucht met het doel om vanuit de lucht fotografische opnamen te maken;
valschermvlucht:
een vlucht met het doel valschermspringen te laten uitvoeren;
parkeren:
het in de buitenlucht op het luchtvaartterrein doen verblijven van een vliegtuig;
stallen:
het in een vliegtuigloods doen verblijven van een vliegtuig;
exploitant:
het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Ameland;
luchtvaartterrein:
het door de Minister van Verkeer en Waterstaat aangewezen luchtvaartterrein;
grondtijd:
de tijd die wordt gerekend in verband met lesvluchten uitgevoerd door een niet op het luchtvaartterrein gevestigde erkende vliegschool tussen de overlandlanding en de over-landstart.
vliegschool:
een door het Ministerie van Verkeer & Waterstaat divisie Luchtvaart erkende vliegschool;
geluidsklasse-indeling
de indeling van vliegtuigen in geluidsklassen, zoals gehanteerd door de inspectie Verkeer & Waterstaat divisie Luchtvaart.