Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Landings en startgeld

Onderdeel van Verordening Luchthavengeldregeling 2026

1.. Voor het landen en starten met een vliegtuig op het luchtvaartterrein is aan de exploitant een landings en/of startgeld verschuldigd, waarvan de hoogte wordt bepaald door het gewicht en de geluidsklasse van het vliegtuig. 2.. Bij de berekening van de in lid 1 van dit artikel bedoeld recht wordt onderscheid gemaakt naar: overlandvluchten; terreinvluchten; lesvluchten; overlandvluchten; Ingeval van een overlandvlucht bedraagt het verschuldigde recht per landing voor vliegtuigen: tot en met 1500 kg, geluidsklasse 1 en 2 € 24,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 3-6 € 21,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 7 en 8 € 18,00 met een gewicht van meer dan 1500 kg per 1000 kg of een gedeelte daarvan een toeslag van € 12,50 Terreinlanding Ingeval van een terreinlanding bedraagt het verschuldigde recht per landing voor vliegtuigen: tot en met 1500 kg, geluidsklasse 1 en 2 € 20,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 3-6 € 16,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 7 en 8 € 12,00 met een gewicht van meer dan 1500 kg per 1000 kg of een gedeelte daarvan een toeslag van € 10,00 Lesvlucht In geval van een lesvlucht bedraagt het recht voor een landing met een vliegtuig, waarmee een lesvlucht wordt uitgevoerd door een niet op het luchtvaartterrein gevestigde erkende vliegschool, en een maximale grondtijd (pauzetijd) van ± 1,5 uur, Voor de eerste landing: tot en met 1500 kg, geluidsklasse 1 en 2 €22,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 3-6 €20,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 7 en 8 €18,00 met een gewicht van meer dan 1500 kg per 1000 kg of een gedeelte daarvan een toeslag van €10,00 De volgende landingen, c.q. doorstarts: tot en met 1500 kg, geluidsklasse 1 en 2 €6,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 3-6 €5,00 tot en met 1500 kg, geluidsklasse 7 en 8 €4,00 met een gewicht van meer dan 1500 kg per 1000 kg of een gedeelte daarvan een toeslag van €5,00 Een niet op het luchtvaartterrein gevestigde niet erkende vliegschool valt niet onder de artikel 5, lid 2 sub c regeling, en is het gewone landingsrecht verschuldigd voor zowel overland-, als terreinlandingen. Een op het luchtvaartterrein gevestigde erkende vliegschool kan een maandabonnement voor zowel overland-, als terreinlandingen aangaan. Een tijdelijk op het luchtvaartterrein gevestigde vliegschool (bv. tijdens de erkenningsaanvraag) kan slechts een maandabonnement aangaan voor de terreinlandingen. Dit geldt ook indien voor die vliegschool, de erkenningsaanvraag eventueel niet mocht worden gehonoreerd.

Rechtspraak bij dit artikel