Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Weigeringsgronden

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening 2026 (ASV 2026)

Naast de gevallen genoemd in artikel 4:25, tweede lid en artikel 4:35 van de wet, kan het college de subsidie weigeren, als naar oordeel van het college: a. de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt aangevraagd, dat wil zeggen als de aanvrager ook zonder subsidie de activiteit(en) kan realiseren; c. de aanvrager activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd wil verrichten die niet passen binnen het beleid van de gemeente, onder meer het duurzaamheidsbeleid; d. de aanvraag niet voldoet aan nadere regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; e. de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitsluitend of overwegend gericht zijn op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; f. de aanvrager haar activiteiten niet open heeft gesteld voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, land van herkomst, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid; g. de aanvrager de activiteit(en) met winstoogmerk verricht; h. de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; i. de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt; j. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen. Naast het vorige lid weigert het college de subsidie in ieder geval: a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt, of b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard. Naast het vorige lid weigert het college de subsidie ook als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat: a. subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of b. de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel