Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Aanmeldingsplicht; aangifte

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting Brunssum 2026

1.. De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de door het dagelijks bestuur van de BsGW aangewezen ambtenaar belast met de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen als bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub onder a en b, van de Gemeentewet. 2.. De verplichting als bedoeld in het voorgaande lid geldt niet voor de belastingplichtige die met betrekking tot het jaar voorafgaand aan het belastingjaar in de heffing van de toeristenbelasting betrokken is. 3.. De belastingplichtige doet aangifte van het aantal overnachtingen bij de heffingsambtenaar als bedoeld in artikel 232, vierde lid, onder a, van de Gemeentewet middels een aan hem uit te reiken aangiftebiljet. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt de aangifte binnen twee weken na het uitnodigen daartoe gedaan. 4.. Het aangiftebiljet wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel