Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2

Artikel 2:2:1

Paragraaf Grondbeleid

Onderdeel van Verordening grondexploitaties en strategisch bezit Den Haag 2026

1. . Conform het BBV bevatten de paragrafen grondbeleid bij de programmabegroting en -rekening ten minste het volgende: een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de begroting; een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het grondbeleid uitvoert; een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale portefeuille grondexploitaties; een onderbouwing van de geraamde winstneming; de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico's van de grondzaken. 2. . Voor de verantwoording van de actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale portefeuille grondexploitaties wordt minimaal het volgende gerapporteerd: een overzicht van het risicoprofiel en het financiële projectresultaat op contante waarde en eindwaarde, per project en als totaal van de portefeuille grondexploitaties; een overzicht van het verschil in het financiële projectresultaat op contante waarde en risicoprofiel ten opzichte van de standen bij de laatste MPG; een overzicht van het verwachte jaar van afronding en eventuele mutatie van de looptijd van het project; een toelichting op grondexploitatiecomplexen met een verschil in het financiële projectresultaat op contante waarde van meer dan 10%, met een minimum van € 1.000.000,- verschil. 3. . Voor de verantwoording van de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves, zoals voorgeschreven in het BBV, wordt minimaal het volgende gerapporteerd: een overzicht van de stand en de mutaties ten opzichte van de laatste MPG, met betrekking tot de VNP; een overzicht van de stand en de mutaties ten opzichte van de laatste MPG, met betrekking tot de RGB; een confrontatie tussen de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit grondbedrijf en de meerjarenprognose van de weerstandscapaciteit grondbedrijf; over de weerstandscapaciteit grondbedrijf, waarbij de bandbreedte voor de weerstandscapaciteit grondbedrijf als volgt wordt bepaald: de bovengrens van de bandbreedte is gelijk aan de som van de gewogen project- en portefeuillerisico’s; de ondergrens van de bandbreedte is gelijk aan de som van de gewogen project- en portefeuillerisico’s minus de gewogen project- en portefeuillekansen; indien de meerjarenprognose van de weerstandscapaciteit grondbedrijf zich onder de ondergrens bevindt, doet het college bij de programmabegroting een voorstel om de weerstandscapaciteit grondbedrijf op minimaal het niveau van de ondergrens te krijgen; indien de meerjarenprognose van de weerstandscapaciteit grondbedrijf zich boven de bovengrens bevindt, doet het college bij de programmabegroting een voorstel inzake een mogelijke onttrekking van het surplus uit de weerstandscapaciteit grondbedrijf. 4. . Als de portefeuille grondexploitaties één of meerdere projecten bevat met een resterende looptijd van meer dan 10 jaar, dan wordt hiervoor per project een motivatie voor de langere looptijd opgenomen en een overzicht met onderbouwing van de risicobeperkende maatregelen.

Rechtspraak bij dit artikel