Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onder j, van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd als:
een project naar het oordeel van het College in organisatorische, financiële of technische zin niet haalbaar is;
de beoogde en verwachte effecten, als bedoeld in artikel 4, naar het oordeel van het College niet in redelijke verhouding staan tot de hoogte van de gevraagde subsidie;
in geval van een aanvraag om subsidie door de aanvrager geen de-minimisverklaring is overgelegd, dan wel als uit de overgelegde de-minimisverklaring blijkt dat de van toepassing zijnde de-minimisdrempel reeds is overschreden of met de gevraagde subsidie zal worden overschreden, dan wel uit de door de aanvrager aangeleverde staatssteunanalyse blijkt, dat er alleen rechtmatig steun verleend kan worden na aanmelding en goedkeuring door de Europese Commissie;
een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de continuïteit van de activiteiten van de aanvrager niet voldoende is gewaarborgd;
de aanvraag niet voldoet aan de in deze regeling gestelde voorwaarden voor subsidieverlening; en
het project ernstig afbreuk doet aan de zes klimaat- en milieudoelstellingen, zoals vastgelegd in artikel 9 van de Europese Taxonomieverordening.
Artikel 12
– Aanvullende Weigeringsgronden
Onderdeel van Subsidieregeling PAWOZ-Gebiedsinvesteringen Het Hogeland