**1..** Op grond van artikel 13 Participatiewet is het een belanghebbende niet toegestaan gedurende langer dan 4 weken in het buitenland te verblijven. Bij overschrijding bestaat er geen recht meer op bijstand en dient de uitkering beëindigd te worden.
**2..** De dag van vertrek uit Nederland geldt als dag waarop de belanghebbende nog in Nederland is verbleven en dat de dag van terugkeer geldt als een dag waarop nog in het buitenland is verbleven.
Toelichting op de beleidsregels
Artikel 4.1 Meldingsplicht vooraf
Op grond van artikel 13 Participatiewet mag de belanghebbende niet langer dan 4 weken in een kalenderjaar in het buitenland verblijven. Bij overschrijding van deze termijn bestaat er geen recht op bijstand meer. In de IOAW en de IOAZ zijn geen specifieke artikelen opgenomen over de maximale vakantieduur. Maar hierbij wordt aangesloten bij de bepalingen in de Participatiewet over de maximale verblijfsduur in het buitenland. Gedurende de periode dat een betrokkene te lang verblijft in het buitenland is diegene van de IOAW/IOAZ uitgesloten. Zodra de betrokkene terugkeert, is de uitsluitingsgrond niet meer van toepassing. De IOAW/IOAZ-uitkering zal in dat geval herleven, aangezien een eenmaal vastgesteld recht blijft bestaan tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Aangezien het recht op bijstand eindigt vanaf het moment waarop belanghebbende langer dan de toegestane periode in het buitenland verblijft, is het van belang dat de vertrek- en terugkomdata en ook de verblijfplaats bekend zijn bij het college. De termijn houdt verband met de verplichtingen in het kader van de re-integratie, waaronder inburgering. Bij een vakantieduur van maximaal 4 weken wordt ervan uitgegaan dat het behoud van werk of de kansen op (het vinden van) werk niet in gevaar wordt gebracht. Het recht op uitkering bestaat echter tegenover het college van de gemeente waarin belanghebbende domicilie heeft. De uitkering moet worden beëindigd wanneer het verblijf buiten de woongemeente leidt tot een wijziging van domicilie. Om te kunnen beoordelen of er sprake is van een wijziging van domicilie moet belanghebbende melden wanneer belanghebbende meer dan 28 dagen aaneengesloten buiten de woongemeente verblijft. Als belanghebbende het verblijf in het buitenland of buiten de woongemeente niet vooraf heeft gemeld wordt dit aangemerkt als schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 Participatiewet of artikel 13 IOAW/IOAZ. In dat geval legt het college een bestuurlijke boete dan wel een waarschuwing op.
Artikel 4.2 Terugmeldingsplicht achteraf
Een belanghebbende die langer dan de wettelijk toegestane periode verblijf houdt buiten Nederland heeft geen recht op (algemene en bijzondere) bijstand (artikel 13 lid 1 onderdeel e Participatiewet jo artikel 13 lid 4 Participatiewet). Als de belanghebbende geen reisbescheiden of andere bewijsstukken kan of wil overleggen, dient de belanghebbende zich ook persoonlijk bij zijn klantmanager (of diens vervanger) te melden. Als de belanghebbende zich niet op de voorgeschreven wijze meldt, wordt ervan uitgegaan dat hij/zij nog in het buitenland verblijft en wordt het recht op bijstand ingetrokken met ingang van de dag van vertrek uit Nederland. Er kunnen verschillende redenen zijn waardoor de wettelijk toegestane periode wordt overschreden:
belanghebbende meldt voorafgaand aan zijn vertrek of tijdens zijn verblijf in het buitenland dat hij langer dan de wettelijke vakantieduur in het buitenland zal verblijven;
na terugkeer in Nederland meldt de belanghebbende dat hij langer dan de wettelijke vakantieduur in het buitenland is geweest;
achteraf blijkt dat de belanghebbende langer dan de wettelijke vakantieduur in het buitenland is geweest terwijl hiervan geen melding heeft gemaakt;
belanghebbende keert niet terug uit het buitenland;
eén van de bijstandspartners keert niet terug uit het buitenland.
Verblijf buiten Nederland langer dan de wettelijke toegestane periode heeft geen gevolgen voor het recht op bijstand als sprake is van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 lid 1 Participatiewet.
Ook terugkeer van verblijf buiten de woongemeente, maar binnen Nederland, moet gemeld worden zodat beoordeeld kan worden of er al dan niet gerede twijfel over het domicilie bestaat. Als partners niet gelijktijdig terugkeren van een verblijf buiten de woongemeente is het noodzakelijk dat beide partners zich persoonlijk bij terugkomst melden. Om het individuele recht op bijstand te kunnen beoordelen. Als belanghebbende het verblijf in het buitenland of buiten de woongemeente niet terug meldt wordt dit aangemerkt als schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17 Participatiewet of artikel 13 IOAW/IOAZ. In dat geval legt het college een bestuurlijke boete dan wel een waarschuwing op
Artikel 4.3 Verzoek om toestemming
In dit artikel is bepaald in welke situaties een belanghebbende vooraf toestemming moet vragen voor verblijf in het buitenland of verblijf van meer dan 7 dagen aaneengesloten. Langdurig verblijf buiten de woongemeente kan betekenen dat belanghebbende zijn re-integratieverplichtingen onvoldoende of niet nakomt of dat arbeidskansen worden gemist. Als de periode waarin belanghebbende buiten de woongemeente wenst te verblijven, samenvalt met de re-integratieverplichtingen kan de toestemming worden onthouden. Indien belanghebbende echter kan blijven voldoen aan zijn verplichtingen, omdat hij bijvoorbeeld in de buurt verblijft, dan bestaat er geen reden de toestemming te onthouden. Bij het geven van de toestemming dient dan wel te worden aangegeven dat ervan wordt uitgegaan dat belanghebbende zich aan zijn verplichtingen blijft houden. Houdt hij zich, ondanks toezeggingen, niet aan deze afspraak dan ligt afstemming van de bijstand op grond van het niet voldoen aan de re-integratieverplichtingen voor de hand. Van belanghebbende met een re-integratietraject of met een deeltijdbaan mag worden verwacht dat de voorgenomen afwezigheid in overleg met de organisatie of werkgever plaatsvindt. Als belanghebbende niet vooraf toestemming verzoekt, voldoet belanghebbende niet aan de aan hem extra opgelegde verplichting op grond van artikel 55 Participatiewet. Dit leidt tot afstemming overeenkomstig de Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Voorne aan Zee 2023. In geval van een uitkering op grond van de IOAW/IOAZ wordt de verplichting expliciet opgenomen in de beschikking gericht op het re-integratietraject.
Artikel 4.4 Verblijf in het buitenland
Op grond van de Verzamelbrief van de Staatssecretaris SZW van 29 januari 2004 geldt het eerste lid van dit artikel onverkort ook voor de IOAW/IOAZ. Voor verblijf in het buitenland geldt een maximale duur van 4 weken. Bij overschrijding bestaat er geen recht meer op bijstand en moet de uitkering beëindigd worden. Uit praktisch oogpunt moet de dag van vertrek uit Nederland gelden als dag waarop nog in Nederland is verbleven en dat de dag van terugkeer moet gelden als een dag waarop in het buitenland is verbleven (zie CRvB 22-03-2011, nrs. 09/1768 WWB e.a.).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Verblijf in het buitenland
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026