Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.8

Vermogensvaststelling algemeen

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026

1.. Het vermogen wordt vastgesteld volgens artikel 34 Participatiewet. 2.. Als de toename van het vermogen lager is dan de voor belanghebbende geldende vermogensvrijlating als genoemd in artikel 34 van de Participatiewet, hoeft belanghebbende in beginsel deze toename niet te melden. Met belanghebbende wordt een advies opgesteld op welk moment een vermogenstoename moet worden gemeld om schending van de inlichtingplicht te voorkomen. 3.. Bij de vermogensvaststelling wordt op het totale saldo van de lopende betaalrekeningen één keer de van toepassing zijnde bijstandsnorm in mindering gebracht als het totale saldo van de lopende betaalrekeningen positief is. Als toepassing van dit lid resulteert in een negatief saldo van de lopende betaalrekeningen, wordt het saldo vastgesteld op € 0,00. 4.. Wanneer de uitkomst van de vermogensvaststelling negatief is, wordt het vermogen negatief vastgesteld. 5.. De peildatum voor de vermogensvaststelling is de datum van aanvang van de bijstandsverlening of de datum van de wijziging van de (financiële) situatie van de belanghebbende. 6.. Als belanghebbende voor aanvang van de bijstand aantoonbaar vermogen heeft weggesluisd, kan dit grond zijn om de bijstand als lening te verstrekken, omdat belanghebbende mogelijk kon beschikken over in aanmerking te nemen vermogen boven de vrijlatingsgrens.

Rechtspraak bij dit artikel