Aan belanghebbende wordt telkens na afloop van een kalenderjaar een opgave verstrekt van de stand van de geldlening.
Toelichting op de beleidsregels
Artikel 8.1 Aanvullende begripsbepalingen
Bijstand kan worden verstrekt in de vorm van een geldlening met een krediethypotheek als zekerheid. Dat kan als er niet in redelijkheid van betrokkene verlangt kan worden dat het vermogen in de woning te gelde wordt maakt. Bovendien moet het vermogen in de woning hoger liggen dan de hypotheekschuld + de voor een eigen woning geldende vrijlating. Ook geldt dat de bijstand over de periode van een jaar naar verwachting meer is dan het netto minimummaandloon. Dit artikel geeft een eenduidige uitleg van de aanvullende begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt. Het maakt duidelijk wie als belanghebbende, schuldeiser (het college) en schuldenaar (de belanghebbende) wordt aangemerkt. Ook worden de term krediethypotheek gedefinieerd als een vorm van zekerheid bij het verstrekken van bijstand in de vorm van een lening op grond van de Participatiewet. Hiermee wordt onderscheid gemaakt tussen registergoederen, zoals woningen, en niet-registergoederen, zoals roerende zaken of vorderingen. Daarnaast verduidelijkt het artikel wat onder woning, WOZ-waarde en erkend taxateur wordt verstaan, om de waardering van onderpand eenduidig te kunnen uitvoeren.
Artikel 8.2 Krediethypotheek en geldlening
Dit artikel regelt dat bijstand aan eigenwoningbezitters met overwaarde wordt verstrekt als geldlening, waarbij zekerheid wordt gesteld via een krediethypotheek. Als de waarde van de woning (op basis van WOZ of taxatie) hoger is dan de hypotheekschuld plus het vrij te laten vermogen (art. 34, lid 2 sub d, Participatiewet), wordt bijstand niet om niet, maar als lening met hypotheek verstrekt. Bij bijstand korter dan zes maanden wordt de lening zonder hypotheek verleend, met de voorwaarde dat bij verlenging alsnog een hypotheek kan worden gevestigd. Alle bijbehorende kosten (taxatie, notaris, inschrijving) zijn voor rekening van de belanghebbende. Medewerking aan de krediethypotheek is verplicht; bij weigering kan bijstand worden geweigerd of herzien. De belanghebbende mag zelf een notaris kiezen. Bij hernieuwde bijstand binnen twee jaar na beëindiging herleeft het eerder gevestigde hypotheekrecht.
Artikel 8.3 De hoogte van de krediethypotheek
Dit artikel beschrijft hoe de maximale hoogte van de krediethypotheek wordt bepaald wanneer bijstand als lening wordt verstrekt aan een woningbezitter. De hoogte van de krediethypotheek wordt vastgesteld op basis van de actuele WOZ-waarde of taxatiewaarde van de woning met erf, verminderd met de bestaande hypotheekschulden en het vrij te laten vermogen zoals genoemd in artikel 34, lid 2 sub d, Participatiewet. De waarde op het moment van aanvang van de bijstand is bepalend. Als de belanghebbende de kosten voor de hypotheekvestiging niet kan dragen, kunnen deze kosten als onderdeel van de lening worden meegenomen binnen de krediethypotheek. Nieuwe waardebepalingen na vestiging van de hypotheek hebben geen invloed op de al vastgestelde hoogte van de hypotheek.
Bij bezwaar tegen de WOZ-waarde dient de belanghebbende een recent (maximaal 6 maanden oud) taxatierapport van een erkend taxateur aan te leveren, gebaseerd op een leegstaande en verhuurvrije woning. De kosten hiervan zijn voor de belanghebbende. Wanneer het bedrag aan verstrekte bijstand het maximum van de krediethypotheek bereikt, wordt eventuele verdere bijstand om niet (dus als gift) verleend.
Artikel 8.4 Aflossing van de geldlening
Dit artikel beschrijft de voorwaarden waaronder de bijstand, die als geldlening is verstrekt, moet worden afgelost na beëindiging van de bijstandsverlening. Hiervoor aansluiting gezocht bij de beleidsregels terugvordering en verhaal.
Artikel 8.5 Opeisbaarheid van de lening
Dit artikel beschrijft de situaties waarin de verstrekte geldlening onmiddellijk opeisbaar is. Dit gebeurt zonder dat een ingebrekestelling nodig is. Het betreft gevallen waarin sprake is van verwijtbare nalatigheid, schending van verplichtingen of wijzigingen in de omstandigheden die de zekerheid of terugbetaling van de lening kunnen beïnvloeden. Denk hierbij aan het structureel niet voldoen aan de maandelijkse aflossingen, of het niet nakomen van andere voorwaarden voortvloeiend uit de leningsovereenkomst, de Participatiewet of het gemeentelijke beleid. Daarnaast wordt de lening ook opeisbaar bij juridische of feitelijke veranderingen die de status van het onderpand aantasten, zoals verkoop, overlijden van de schuldenaar (waardoor de woning vererft), beslaglegging, echtscheiding of faillissement. Ook het beëindigen van de bewoning van de woning waarop de krediethypotheek rust, leidt tot directe opeisbaarheid. Deze bepaling is bedoeld om het risico voor de gemeente als schuldeiser te beperken en om tijdig verhaal op het onderpand mogelijk te maken.
Artikel 8.6 Verkoop van de woning
Dit artikel regelt wat er gebeurt met de geldlening wanneer de woning waarop de krediethypotheek rust, wordt verkocht of vererft. Bij verkoop tegen marktwaarde (waarde in het economisch verkeer bij vrije oplevering) heeft de belanghebbende in elk geval recht op het deel van de woningwaarde dat eerder is vrijgelaten op grond van artikel 34, tweede lid onder d, Participatiewet. Hiermee wordt recht gedaan aan het beschermd vermogen dat tijdens de bijstandsverlening buiten beschouwing is gelaten. Bij verkoop of vererving van de woning moet het nog niet afgeloste deel van de lening direct worden terugbetaald. Als het beschikbare verkoopresultaat lager is dan de totale schuld, wordt het tekort kwijtgescholden. Deze regeling voorkomt dat schuldenaren na verkoop met een restschuld blijven zitten, zolang zij de woning tegen een eerlijke marktprijs hebben verkocht. Dit bevordert een evenwichtige afwikkeling en voorkomt onnodige financiële druk op voormalige bijstandsontvangers.
Artikel 8.7 Echtscheiding
Dit artikel geeft richtlijnen voor de afwikkeling van een lopende krediethypotheek bij echtscheiding. Omdat een wijziging in de gezinssituatie gevolgen heeft voor het eigendom en de bewoning van de woning, is het belangrijk dat duidelijk is hoe de kredietverhouding wordt voortgezet of beëindigd. De uitgangspunten hierbij zijn dat de lening zoveel mogelijk wordt afgelost en dat er geen onduidelijkheid ontstaat over wie verantwoordelijk is voor terugbetaling. De lening wordt in beginsel afgelost door verkoop van de woning. Als één van de partners de ander uitkoopt, wordt diens aandeel in de lening hiermee afgelost. Voor de partner die in de woning blijft, kan vervolgens een nieuwe krediethypotheek worden gevestigd op diens aandeel in het eigendom. Hiermee wordt een zorgvuldige overdracht van rechten en plichten geborgd passend bij de gewijzigde situatie.
Artikel 8.8 Verantwoording stand van de lening
Dit artikel waarborgt transparantie door belanghebbenden jaarlijks een overzicht te geven van de openstaande geldlening. Zo blijven zij goed geïnformeerd over hun financiële verplichtingen en wordt een zorgvuldige administratie bevorderd.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.8
Verantwoording stand van de lening
Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026