Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 9

Artikel 9.5

Loonkostensubsidie terugwerkende kracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW en IOAZ Voorne aan Zee 2026

1.. Loonkostensubsidie wordt toegekend vanaf de datum waarop aan alle wettelijke en beleidsmatige voorwaarden is voldaan. In beginsel geldt dat de toekenning van loonkostensubsidie niet met terugwerkende kracht plaatsvindt, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden zoals beschreven in deze beleidsregel. 2.. Terugwerkende kracht bij de toekenning van loonkostensubsidie kan worden toegepast in de volgende situaties: Als de vertraging in de start van de loonkostensubsidie te wijten is aan het college wordt de loonkostensubsidie met terugwerkende kracht toegekend tot de startdatum van het dienstverband, mits op dat moment aan de voorwaarden voor loonkostensubsidie was voldaan. Als de vertraging in de start van de loonkostensubsidie niet aan de werkgever is te wijten kan de loonkostensubsidie eveneens met terugwerkende kracht worden toegekend tot de startdatum van het dienstverband, mits op dat moment aan de voorwaarden voor loonkostensubsidie is voldaan rekening houdend met het gestelde in lid 5. 3.. Voor de toepassing van terugwerkende kracht gelden de volgende voorwaarden: De werknemer voldeed op het moment van de start van het dienstverband aantoonbaar aan de criteria voor loonkostensubsidie zoals gesteld in lid 1. De werkgever heeft binnen een redelijke termijn na de start van het dienstverband een aanvraag ingediend of heeft op andere wijze de gemeente geïnformeerd over de situatie. 4.. Het college beoordeelt per individueel geval of terugwerkende kracht kan worden toegepast, op basis van de feiten en omstandigheden van de aanvraag. Het besluit wordt schriftelijk gemotiveerd en vastgelegd. 5.. De loonkostensubsidie kan maximaal 6 maanden met terugwerkende kracht worden toegepast. Toelichting op de beleidsregels Artikel 9.1 Reiskosten re-integratie/ inburgering Uitgangspunt is dat de belanghebbende binnen Voorne aan Zee zelfstandig naar de desbetreffende locatie kan reizen, bijvoorbeeld op de fiets. Er is daarom geen vergoeding van reiskosten mogelijk. Ligt de locatie buiten Voorne aan Zee, dan kunnen de reiskosten wel vergoed worden als voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid van dit artikel. In de meeste gevallen zal een belanghebbende die inburgert ook een uitkering ontvangen uit de Participatiewet. In het geval dat dit laatste niet speelt, kan overwogen worden deze inburgeraar wel een bijdrage in de reiskosten te geven (en belanghebbende te beschouwen als niet uitkeringsgerechtigde, zie hiervoor de geldende Verordening Re-integratie en Tegenprestatie). Hierbij wordt wel geadviseerd de inkomens- en vermogensgrenzen van de geldende Beleidsregels Bijzondere Bijstand Voorne aan Zee 2026 te hanteren. Bij tijdelijke bijzondere omstandigheden kunnen reiskosten binnen Voorne aan Zee worden vergoed als de belanghebbende niet zelfstandig naar de locatie kan reizen, bijvoorbeeld als er medische omstandigheden spelen, waardoor zelfstandig reizen niet mogelijk is. Vergoeding vindt plaats op basis van de goedkoopste reismogelijkheid met het openbaar vervoer. Bij het vaststellen van de hoogte van de bijzondere bijstand op basis van onbelaste kilometervergoeding, wordt voor het bepalen van de kortste route de ANWB-routeplanner gebruikt. Mocht er voor de gemaakte reiskosten een bewijsdocument voorhanden zijn, kan de bijzondere bijstand worden verstrekt op basis van de werkelijk gemaakte kosten. Bij hoge uitzondering kan, mits goed gemotiveerd, tijdelijk reiskosten worden verstrekt van de daadwerkelijk gemaakte taxikosten. Dit is alleen toegestaan als reizen via openbaar vervoer of eigen vervoer niet tot de mogelijkheden behoort. Artikel 9.2 Premie gericht op de arbeidsinschakeling De gemeente kan premies verstrekken die zijn gericht op arbeidsinschakeling. De premie wordt bij bijstandsgerechtigden ouder dan 27 jaar vrijgelaten. Voorwaarde voor het vrijlaten van de premie is dat de gemeente van oordeel is dat deze premie bijdraagt aan de arbeidsinschakeling van de ontvanger. Hierbij wordt wel uitgegaan dat belanghebbende minimaal 12 maanden een uitkeringsafhankelijk is geweest van een bijstandsuitkering. Ten gunste van belanghebbende kan van deze termijn gemotiveerd worden afgeweken. Deze premie mag ook worden verstrekt bij de bijstand aan jongeren tot 27 jaar. De stimuleringspremie biedt gemeenten een instrument om jongeren te belonen voor het zetten van stappen richting werk of scholing. Dit kan bijvoorbeeld het afronden van een opleiding, het aannemen van een baan of deelname aan een re-integratietraject zijn. Door de premie belastingvrij te maken, wordt de jongere direct financieel beloond. Deze premie mag maximaal 2 keer per kalenderjaar worden verstrekt, omdat de premie anders belast wordt en ook niet meer mag worden vrijgelaten. De premie moet in één bedrag worden uitgekeerd en mag dus niet in termijnen worden verstrekt. Voor elke nieuwe premiebetaling moet een nieuw besluit worden genomen, op basis van een nieuwe beoordeling in de voortgang van de re-integratie van de belanghebbende. De gemeente kan zelf bepalen waarvoor/ voor welke inspanningen de premie gegeven wordt, zolang het maar betrekking heeft op arbeidsinschakeling. Denk bijvoorbeeld aan aanvaarden van deeltijd of voltijd werk, behalen van een diploma of deelname aan sociale activering. Het verstrekken van een premie mag niet samenlopen met een forfaitaire vergoeding voor vrijwilligerswerk. Artikel 23 Verordening Re-integratie en Tegenprestatie Voorne aan Zee 2023 regelt de uitstroompremie bij duurzame en volledige uitstroom naar werk. In de beleidsregels wordt ook de mogelijkheid opgenomen deze premie te verstreken in overeenstemming met dit artikel als belanghebbende uitstroomt naar deeltijdwerk en dit voor belanghebbende het hoogst haalbare is. Als uitgangspunt gelden dan dezelfde bedragen als genoemd in de verordening. Artikel 9.3 Jobcoaching Deze beleidsregel is een uitwerking van artikel 11, lid 3, verordening Re-integratie en Tegenprestatie Voorne aan Zee 2023. Voor overige voorwaarden wordt verwezen naar genoemde verordening. Het artikel regelt de inzet van jobcoaching als instrument ter bevordering van duurzame arbeidsinschakeling voor personen met een ondersteuningsbehoefte. Aansluiting wordt gezocht bij het meest actuele en landelijk vastgestelde kader van het UWV (Beleidsregel Protocol Externe Jobcoach UWV 2025 en Beleidsregel Erkennings- en intrekkingskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV 2024), zodat sprake is van eenduidigheid en herkenbaarheid in de uitvoering. Tegelijkertijd biedt het artikel ruimte voor gemeentelijke invulling door het hanteren van een eigen coachingsplan en verantwoordingssystematiek. Hiermee wordt aangesloten bij lokale werkafspraken en kan beter worden ingespeeld op de individuele behoeften van de werknemer en de werkplek. In uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van het landelijke erkenningskader indien maatwerk noodzakelijk is en dit de arbeidsinschakeling ten goede komt, mits de gemeente de kwaliteit en continuïteit van de begeleiding heeft gewaarborgd. Dit waarborgt zowel effectiviteit als zorgvuldigheid in de uitvoering. De jobcoachingsorganisatie maakt gebruik van de documenten die door het college zijn ontwikkeld. De coachingsdoelen worden in gezamenlijkheid bepaald door de belanghebbende, jobcoachingsorganisatie en het college. Artikel 9.4 Vervoersvoorziening Dit artikel biedt een kader voor het beoordelen van aanvragen voor vervoersvoorzieningen, waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke situatie van de aanvrager en de noodzaak van een zorgvuldige afweging. Het artikel heeft tot doel duidelijkheid te verschaffen over de vereisten voor medische onderbouwing en de mogelijkheden tot afwijking daarvan. Hoofdregel is dat een medisch rapport van een arts noodzakelijk is om een aanvraag te kunnen beoordelen. Dit rapport geeft inzicht in de medische situatie van de aanvrager en vormt de basis voor het bepalen of een vervoersvoorziening noodzakelijk is. Hiermee wordt objectiviteit en uniformiteit in de beoordeling gewaarborgd. Hoewel voor de beoordeling een medisch rapport de basis is, erkent dit artikel dat er situaties kunnen zijn waarin het overleggen van een dergelijk rapport niet noodzakelijk of haalbaar is. In dergelijke gevallen kan de aanvrager op andere wijze aantonen dat zelfstandig reizen niet mogelijk is. Alternatieve bewijsstukken, zoals een beschikking op grond van de Wet langdurige zorg, een arbeidsdeskundig onderzoek of een advies Beschut Werk, kunnen dan voldoende zijn. Dit biedt ruimte voor maatwerk in de beoordeling. Bij de toepassing van dit artikel zal het college zorgvuldig omgaan met de persoonlijke en medische gegevens van de aanvrager, in lijn met de geldende privacywetgeving zoals de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Artikel 9.5 Loonkostensubsidie terugwerkende kracht Dit artikel heeft tot doel om werkgevers en werknemers te ondersteunen in situaties waarin de toekenning van loonkostensubsidie vertraging heeft opgelopen door omstandigheden die niet aan hen te wijten zijn. Door terugwerkende kracht in specifieke gevallen toe te staan, wordt recht gedaan aan de belangen van werkgevers, werknemers en de gemeente. Tegelijkertijd worden duidelijke kaders gesteld om oneigenlijk gebruik en uitvoeringsproblemen te voorkomen. Terugwerkende kracht is alleen mogelijk in specifieke situaties waarin de vertraging in de toekenning niet aan de aanvrager (werkgever of werknemer) te wijten is. Hiermee wordt recht gedaan aan de beginselen van redelijkheid en billijkheid. Er zijn twee situaties waarin terugwerkende kracht kan worden toegepast. Vertraging door toedoen van de gemeente. Als de vertraging in de start van loonkostensubsidie is veroorzaakt door fouten of nalatigheid van de gemeente, kan de subsidie met terugwerkende kracht worden toegekend. Dit geldt bijvoorbeeld in gevallen van: administratieve fouten, zoals een verkeerd geregistreerde aanvraag; onredelijke vertraging in de behandeling van de aanvraag; onvoldoende communicatie of informatievoorziening door de gemeente. Vertraging niet aan de werkgever te wijten. Als de vertraging niet door de gemeente is veroorzaakt, maar ook niet aan de werkgever kan worden toegerekend, kan eveneens terugwerkende kracht worden toegepast. Voorbeelden zijn: onduidelijkheden in de aanvraagprocedure die niet aan de werkgever te wijten zijn; overmacht of andere omstandigheden buiten de invloedssfeer van de werkgever. Om de uitvoerbaarheid en rechtszekerheid van de regeling te waarborgen, is de maximale periode van terugwerkende kracht vastgesteld op 6 maanden. Dit voorkomt dat aanvragen met een zeer lange terugwerkende periode tot onredelijke lasten voor de gemeente leiden, terwijl het tegelijkertijd een redelijke termijn biedt om eventuele fouten of vertragingen te corrigeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel