**1..** Aan een jongere tot 21 jaar die, zoals bedoeld in artikel 13, lid 2 onder a van de Participatiewet, in een inrichting verblijft zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Participatiewet, kan periodiek bijzondere bijstand worden verstrekt.
**2..** De hoogte van de bijzondere bijstand is de norm zoals neergelegd in artikel 23 Participatiewet.
Toelichting op de beleidsregels
Artikel 11.1 Jongeren in een inrichting
Er kan alleen bijzondere bijstand worden verstrekt als er onderzoek heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 3:395a BW (onderhoudsplicht) en/of er geen recht bestaat op een voorliggende voorziening als bedoeld in artikel 15 Participatiewet.
Het niet kunnen voldoen aan de onderhoudsplicht, zoals neergelegd in artikel 3:395a Burgerlijk Wetboek wordt in ieder geval aangenomen als:
de belanghebbende gedurende een periode langer dan 12 maanden voorafgaande aan de aanvraag niet in gezinsverband met zijn ouders heeft gewoond;
de belanghebbende met een partner en/of kind een gezin vormt;
er sprake is van een ernstig verstoorde relatie tussen de belanghebbende en zijn ouders;
beide ouders zijn overleden of in het buitenland wonen;
één van de ouders is overleden en de andere ouder in het buitenland woont.
Als er sprake is dat belanghebbende wel zijn ouders kan aanspreken op hun onderhoudsplicht, kan dit een grond zijn om de bijzondere bijstand af te wijzen zijnde een voorliggende voorziening (artikel 15 Participatiewet). Eén en ander dient wel goed gemotiveerd te worden mede gezien de kwetsbare positie van belanghebbende.
Hoofdstuk 11
Artikel 11.1
Jongeren in een inrichting
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Voorne aan Zee 2026