**1..** Voor de toepassing van dit hoofdstuk hebben de personen, die een inkomen hebben tot 120% van de voor hen van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag en die geen vermogen hebben boven de voor hen in artikel 34, lid 3 Participatiewet genoemde vermogensgrens geen draagkracht.
**2..** Inkomen gelijk of hoger dan 120% van de geldende bijstandsnorm wordt beschouwd als volledige draagkracht.
**3..** De kostendelersnorm is niet van toepassing bij de vaststelling van de draagkracht.
**4..** De draagkracht wordt telkens voor een periode van één jaar vastgesteld, beginnende op de dag dat het recht ontstaat. Bij elke volgende aanvraag bijzondere bijstand of minimaregeling binnen het draagkrachtjaar wordt rekening gehouden met de vastgestelde jaardraagkracht. De draagkracht kan worden bijgesteld als er zodanige wijzigingen in de financiële situatie zijn dat de eerder vastgestelde draagkracht redelijkerwijs niet gehandhaafd kan blijven.
**5..** Niet tot het draagkrachtinkomen wordt eveneens gerekend het persoonsgebonden budget vanuit de maatwerkregeling op grond van de geldende beleidsregels over de Jeugdwet of de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, behalve als de aanvraag betrekking heeft op deze kosten.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Draagkracht algemeen
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Voorne aan Zee 2026