Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5

Woonkostentoeslag bij tijdelijk verblijf elders

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Voorne aan Zee 2026

1.. De betaling van de strikt noodzakelijke kosten voor de hoofdwoning bij belanghebbende als de belanghebbende als enige verantwoordelijk is voor de huurbetaling en: maximaal twaalf maanden in een inrichting verblijft voor behandeling en/of zorg, onder voorwaarde dat het aanhouden van de woning noodzakelijk is. Als blijkt dat de belanghebbende langer dan twaalf maanden in een inrichting verblijft, wordt de doorbetaling stopgezet. In dat geval kan bijzondere bijstand worden verstrekt voor de opslag van de inboedel. gedetineerd is en de detentie maximaal zes maanden duurt, onder voorwaarde dat de belanghebbende bereidt is mee te werken aan een zorgtraject of re-integratietraject. Als het vonnis na voorarrest langer dan zes maanden blijkt te zijn, wordt de doorbetaling per direct stopgezet. Toelichting op de beleidsregels Artikel 4.1 Woonkostentoeslag bij huur Als hoofdregel geldt dat de Wet op de huurtoeslag als een aan de bijstand voorliggende passende en toereikende voorziening wordt aangemerkt (CRVB:2011:BT1740). Ook in geval de rekenhuur te hoog is geldt de Wet op de huurtoeslag als voorliggende passende en toereikende voorziening (CRVB:2016:77). De Wet op de huurtoeslag kan niet in alle gevallen als passende en toereikende voorliggende voorziening worden aangemerkt omdat de huurtoeslag bijvoorbeeld wordt verstrekt met ingang van de eerste van de maand (CRVB:2014:1945). De hoogte van de bijzondere bijstand wordt vastgesteld aan de hand van de berekeningssystematiek van de Wet op de huurtoeslag. Eventueel door de Belastingdienst eerder toegekende huurtoeslag wordt in mindering gebracht op de woonkostentoeslag. Als belanghebbende nog geen huurtoeslag heeft aangevraagd dient dit te worden opgelegd als een aanvullende verplichting volgens artikel 55 Participatiewet bij de toekenning. Als het inkomen plotseling is gedaald buiten de schuld van belanghebbende om, kan de belanghebbende in aanmerking komen voor een tijdelijke woonkostentoeslag. Dit is alleen mogelijk als er sprake is van omstandigheden, die belanghebbende niet te verwijten zijn, zie ook lid 8 van dit artikel. Bij een huur hoger dan de maximale huurgrens voor huurtoeslag wordt de duur van de woonkostentoeslag in principe afgebakend op 12 maanden, tenzij er sprake is van dringende redenen die zich hiertegen verzetten. In dat geval kan er worden verlengd met 12 maanden. De duur van verlening en voorwaarden waaronder blijft altijd maatwerk. Denk bij dringende redenen bijvoorbeeld aan sociale of medische omstandigheden. Als er sprake is van een tekortschietend besef in de verantwoordelijkheden van het bestaan, bijvoorbeeld door het aangaan van een huurovereenkomst met een hogere huur dan met het inkomen van belanghebbende kan worden betaald, bestaat er geen recht op woonkostentoeslag. Artikel 4.2 Woonkostentoeslag bij eigen woning Het college sluit bij het verlenen van een woonkostentoeslag aan eigen woningbezitters aan op de systematiek van de Wet op de huurtoeslag. Uit CRVB:2014:4242 blijkt dat de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het college voor de bepaling van de hoogte van de woonkostentoeslag in redelijkheid heeft mogen aansluiten bij het systeem van de Wet op de huurtoeslag. Ook voor woningeigenaren geldt dat zij niet te duur moeten blijven wonen (CRVB:2012:BX1676). Aangenomen kan worden dat, bezien van uit de systematiek van de Wet op de huurtoeslag, de te hoge woonkosten voor woningeigenaren niet als uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten aangemerkt hoeven te worden. Net als bij huurders kan daar toch een uitzondering voor gelden. De bijstandsverlening is in voorkomende gevallen wel beperkt tot een maximale periode. De voorlopige teruggave inkomstenbelasting wordt op grond van artikel 32, lid 1, Participatiewet als inkomen toegerekend aan de periode waarop deze teruggave betrekking heeft. Bij de berekening van de hoogte van de woonkostentoeslag dient alleen rekening gehouden te worden met de voorlopige teruggave hypotheekrente voorzover belanghebbende geen Participatiewet uitkering ontvangt. Immers, in dat geval wordt dit als middel verrekend met de bijstandsuitkering. Het college betrekt deze bij de berekening van de bijzondere bijstand en brengt deze in mindering op de totale woonkostentoeslag (CRVB:2014:2384). Ook hier geldt dat als er sprake is van een tekortschietend besef in de verantwoordelijkheden van het bestaan, bijvoorbeeld door het aangaan van een koopovereenkomst met een hogere hypotheek dan met het inkomen van belanghebbende kan worden betaald, er geen recht op woonkostentoeslag bestaat. Artikel 4.3 Woonkostentoeslag verplichtingen Het college heeft op grond van artikel 55 Participatiewet een discretionaire bevoegdheid om nadere verplichtingen op te leggen die zijn verbonden aan het recht op bijstand. Deze verplichtingen strekken in dit geval tot vermindering of beëindiging van bijstand. Bij het verlenen van bijzondere bijstand in de vorm van een woonkostentoeslag maakt het college in principe gebruik van deze bevoegdheid omdat betrokkenen, in relatie tot de hoogte van hun inkomen, niet te duur mogen wonen. Dat geldt voor huurders (CRVB:2016:190 en CRVB:2016:77) maar ook voor ook woningeigenaren (CRVB:2013:1957 en CRVB:2014:4242). Om de inkomenssituatie te normaliseren ten opzichte van de woonsituatie, maar ook omgekeerd, kan het college de in dit artikel genoemde aanvullende verplichtingen opleggen. Belanghebbende kan desgevraagd of uit eigen beweging een beroep doen op bijzondere omstandigheden waarom hij niet aan de verplichtingen heeft voldaan of kan voldoen. Het college heeft de plicht om belanghebbende te bevragen naar bijzondere omstandigheden. Belanghebbende zal een beroep op bijzondere omstandigheden zelf nader moeten onderbouwen. Het college kan bij de beoordeling van de aanvraag ook feitelijk tot de conclusie komen dat hier (impliciet) een beroep op wordt gedaan. Het moet in voorkomende gevallen gaan om specifieke feitelijke omstandigheden van de belanghebbende of diens gezin die het college vaststelt. Gedacht kan worden aan een wettelijk schuldhulpverleningstraject, een aanvraag om jeugdhulp op grond van de Jeugdwet of individuele begeleiding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning. Het niet honoreren van de woonkostentoeslag zou in voorkomende gevallen onredelijk kunnen zijn omdat het college daarmee de noodzaak van de (te bieden) ondersteuning zou miskennen of (de voortzetting, dan wel het welslagen van) die ondersteuning juist ondermijnen. In deze situatie kan het college de woonkostentoeslag toekennen in de vorm van een geldlening onder toepassing van de verplichtingen genoemd in dit artikel. Let wel, deelname aan een wettelijk schuldhulpverleningstraject betekent niet dat het college de bijzondere bijstand niet als lening zou mogen verstrekken. Verder worden, naast de reguliere verhuisplicht, extra nadere verplichtingen verbonden aan de bijzondere bijstand, namelijk dat belanghebbende zich in voorkomende gevallen houdt aan de voorwaarden die verbonden (kunnen) zijn aan de hier bedoelde ondersteuning. Dat gebeurt dan ook onder toepassing van artikel 55 Participatiewet. Bij een volgende aanvraag om woonkostentoeslag (verlenging) zal het college ook moeten beoordelen of aan deze voorwaarde(n) is voldaan. Is dat niet het geval, dan ligt het niet voor de hand dat wederom met succes een beroep kan worden gedaan op bijzondere omstandigheden. Artikel 4.4 Woonkostentoeslag bijzondere situaties In dit artikel worden een aantal uitzonderingen beschreven waarin het wel mogelijk woonkostentoeslag te verstrekken in de situatie dat de woonkosten hoger zijn dan dat passend is bij de inkomenssituatie. Hiermee worden ouderen en inwoners met een handicap ondersteund bij het langer zelfstandig wonen. Het kan namelijk voorkomen dat deze groep, door hun leeftijd of beperking, genoodzaakt is om in een duurdere woning te blijven wonen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als gevolg van jaarlijkse huurverhogingen, waardoor de huur boven de minimale huurgrens voor huurtoeslag uitkomt. Om te voorkomen dat belanghebbenden gedwongen worden te verhuizen naar een minder geschikte woning, verstrekt het college in dergelijke situaties bijzondere bijstand voor de woonkosten. Met deze ondersteuning wordt beoogd dat belanghebbenden in een passende woonomgeving kunnen blijven wonen, wat bijdraagt aan hun zelfstandigheid en welzijn. Om meer mogelijkheden te creëren in de realisatie huisvesting taakstelling statushouders is lid 2 toegevoegd. Hiermee kunnen aanvankelijk niet passende woningen alsnog worden aangeboden in de genoemde situaties om zo een betere doorstroom van deze doelgroep te realiseren. Ook in de situatie dat er sprake is van een integraal hulpverleningstraject, waarbij huisvesting een wezenlijk onderdeel is, maar er alleen duurdere huisvesting beschikbaar is, kan de woonkostentoeslag worden toegekend. Deze woonkostentoeslag genoemd in dit lid 2 eindigt in alle gevallen uiterlijk 12 maanden nadat de genoemde omstandigheden zijn beëindigd, zodat er voldoende tijd is om een nieuwe passende woonsituatie in te regelen. Artikel 4.5 Woonkostentoeslag bij tijdelijk verblijf elders Dit artikel is bedoeld om kwetsbare inwoners tijdelijk financieel te ondersteunen bij het behouden van hun hoofdwoning wanneer zij door bijzondere omstandigheden (zoals opname in een inrichting of detentie) tijdelijk niet in staat zijn om deze kosten zelf te dragen. Het doel is om te voorkomen dat zij tijdens hun afwezigheid hun woning kwijtraken en hierdoor in een onstabiele woonsituatie terechtkomen. De ondersteuning geldt onder specifieke voorwaarden: bij opname in een inrichting wordt de huur maximaal 12 maanden doorbetaald, mits het aanhouden van de woning noodzakelijk is. Als blijkt dat het verblijf langer duurt, stopt de doorbetaling en kan in plaats daarvan bijzondere bijstand worden verleend voor de opslag van de inboedel. bij detentie wordt de huur maximaal 6 maanden doorbetaald, op voorwaarde dat de belanghebbende bereid is mee te werken aan een zorg- of re-integratietraject. Als de detentie langer blijkt te duren stopt de doorbetaling direct. De regeling is beperkt tot de strikt noodzakelijke kosten voor de woning, zijnde huur en vastrecht voor energie- en waterkosten. Hiermee wordt beoogd om, binnen redelijke grenzen, bij te dragen aan stabiliteit en een soepele terugkeer naar een zelfstandige woonsituatie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel