Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.6

Andere voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Pijnacker-Nootdorp 2025

Volgens de Jeugdwet is het college niet verplicht een individuele voorziening te verstrekken als recht bestaat op zorg op grond van een andere wet dan de Jeugdwet, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, de Zorgverzekeringswet (Zvw) of een andere wettelijke bepaling, bijvoorbeeld de Wet passend onderwijs.17Zie artikel 1.2 lid 1 van de Jeugdwet Van de jeugdige en/of ouder(s) wordt verwacht dat zij actief aanspraak proberen te maken op een andere voorliggende voorziening. De jeugdige en/of ouder(s) dienen daarom op verzoek van het college binnen twee weken een aanvraag onder een andere wet of een declaratie op basis van de (aanvullende) verzekering in. Als aan het verzoek van het college niet binnen twee weken gevolg wordt gegeven, is de weigering om het verzoek in te willigen tezamen met de mening van het college dat er sprake is van een andere voorliggende voorziening een afwijzingsgrond voor de aanvraag voor een individuele voorziening jeugdhulp. Van een andere voorliggende voorziening is geen sprake als vaststaat dat de voorziening op basis van de andere wettelijke bepaling is afgewezen of als vaststaat dat de jeugdige daar niet voor in aanmerking komt. Omdat de afbakening tussen de Jeugdwet met de Wet Passend onderwijs, Wlz en de Zvw veelvuldig voorkomt, worden deze hieronder nader toegelicht. Afbakening Jeugdwet en Wet passend onderwijs Ondersteuning die primair gericht is op het volgen van onderwijs, het doorlopen van het onderwijsprogramma en het leerproces, valt onder de zorgplicht van de Wet passend onderwijs. Voor deze vormen van ondersteuning wordt géén individuele voorziening ingezet. Wanneer extra ondersteuning nodig is bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen, is de Jeugdwet van toepassing. In de verordening is een overzicht opgenomen van ondersteuningsvormen waarvoor geen individuele voorziening wordt toegekend.18Zie artikel 4.5 van de verordening Afbakening Jeugdwet en Wlz Het college verstrekt geen individuele voorziening op grond van de Jeugdwet wanneer de jeugdige de benodigde zorg kan ontvangen vanuit de Wlz. Dit geldt ook in situaties waarin er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de jeugdige in aanmerking komt voor Wlz-zorg, maar hij of zijn ouder(s) weigeren mee te werken aan het aanvragen van een Wlz-indicatie. Ook in dat geval wordt een individuele voorziening vanuit de Jeugdwet geweigerd19Zie artikel 1.2 lid 1 sub c van de Jeugdwet. Jeugdigen kunnen in aanmerking komen voor een indicatie op grond van de Wlz als ze een blijvende behoefte hebben aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid vanwege de volgende beperkingen:20Zie artikel 3.2.1 lid 1 van de Wet langdurige zorg een somatische aandoening of beperking; een verstandelijke beperking; een lichamelijke beperking; een zintuiglijke beperking. Wlz-zorg wordt geïndiceerd door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Het Kernteam kan ouders ondersteunen bij het indienen van een Wlz-aanvraag. Afbakening Jeugdwet en Zvw Als een jeugdige de benodigde zorg op grond van de Zvw krijgt, bestaat er geen recht op een individuele voorziening op grond van de Jeugdwet. De Zvw regelt het recht op geneeskundig zorg of een hoog risico daarop. Met ‘hoog risico daarop’ wordt bedoeld dat geneeskundige zorg op grond van de Zvw ook verleend kan worden aan verzekerden bij wie nog geen sprake is van een ziekte, aandoening of beperking maar wel een ‘hoog risico’ hierop hebben. De Zvw-aanspraken zijn door de overheid vastgelegd in een basispakket. Het basispakket geeft jeugdigen recht op:21Zie artikel 10 van de Zvw en artikel 2.4 t/m 2.15 van het Besluit zorgverzekering geneeskundige zorg, waaronder de integrale eerstelijnszorg zoals die door huisartsen en verloskundigen worden geboden; mondzorg; farmaceutische zorg (inclusief verstrekking van medicijnen); hulpmiddelenzorg; medisch-specialistische zorg (verpleging en verzorging, inclusief wijkverpleging); verblijf in verband met geneeskundige zorg; zintuiglijk gehandicaptenzorg; paramedische zorg (fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëtetiek); ziekenvervoer. De persoonlijke verzorging aan jeugdigen kan zowel onder de Zvw vallen als onder de Jeugdwet:22Zie de Factsheet Zorg voor kinderen met een intensieve zorgvraag van het Ministerie van VWS d.d. februari 2019 indien de verzorging bij jeugdigen verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop, valt die zorg onder de Zvw; indien de verzorgende handelingen bij jeugdigen gericht zijn op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid bij ADL, valt die zorg onder de Jeugdwet. Afhankelijk van de situatie is dus of de zorgverzekeraar of het college verantwoordelijk voor het organiseren en bekostigen van de persoonlijke verzorging. Ook een combinatie is mogelijk. De indicerende kinderverpleegkundige bepaalt of in een specifieke situatie een behoefte bestaat aan verzorging die ‘verband houdt met een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop’ of niet. Hiermee wordt bedoeld de verpleging en verzorging die verpleegkundigen bieden. Als dat zo is, geeft de kinderverpleegkundige een indicatie af voor persoonlijke verzorging op grond van de Zvw. Voorbeelden van deze zorg zijn: schoonhouden en verzorgen van stoma, toedienen medicijnen, toedienen van sondevoeding. De aanvullende zorgverzekering is geen andere wettelijke voorliggende voorziening. Echter in het kader van de eigen kracht wordt wel verwacht dat ouders en jeugdigen hier gebruik van maken, zie paragraaf 3.5 van deze beleidsregels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel