Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belastbaar feit en belastingplicht

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2026

1.. De belasting wordt geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, verder te noemen eigenarendeel; en van degene die een eigendom van waaruit water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2.. Voor het eigenarendeel wordt, als het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster (BRK) is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.. Voor het gebruikersdeel, wordt: als gebruiker aangemerkt degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; gebruik van een eigendom door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; gebruik door degene aan wie een deel van een eigendom – niet een gedeelte als bedoeld in artikel 4 - in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; het ter beschikking stellen van een eigendom voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat eigendom voor volgtijdig gebruik ter beschikking heeft gesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel