Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Afdeling 5.2

Artikel 5.4

Bodemonderzoek

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving gemeente Epe 2026

1.. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving: de resultaten van een recent milieu hygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740, vigerende uitgave, in overeenstemming met de van toepassing zijnde onderzoekstrategie; indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707, vigerende uitgave. 2.. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit bouwwerken leefomgeving, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het Omgevingsbesluit. 3.. Het college staat toe een geheel of gedeeltelijke afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, indien bij het college reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4.. Het college kan gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in de Omgevingswet, of de op grond van deze wet vastgestelde algemene maatregelen van bestuur, indien uit het in NEN 5725, vigerende uitgave, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740, vigerende uitgave, niet rechtvaardigen. 5.. Het bodemonderzoek wordt uitgevoerd voorafgaand aan eventuele sloop van gebouwen. Indien het bodemonderzoek pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt, maar voordat met de bouw wordt begonnen.

Rechtspraak bij dit artikel