De burgemeester kan de exploitatievergunning intrekken als:
blijkt dat de exploitatievergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;
de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de exploitatievergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder f.;
gehandeld wordt in strijd met in deze verordening gestelde regels of aan de exploitatievergunning verbonden voorschriften en beperkingen;
de exploitant of de beheerder toelaat of gedoogt dat in de speelautomatenhal strafbare of beboetbare feiten worden gepleegd;
de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken;
de exploitant niet meer gerechtigd is om over de ruimte te beschikken;
als de exploitant hierom verzoekt.
Artikel 8.
Intrekking van de exploitatievergunning
Onderdeel van Speelautomatenhallenverordening gemeente Ooststellingwerf 2025