De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf met overnachten door:
degene die verblijft in instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;
degene die tijdelijk in de gemeente verblijft als deelnemer aan een zogenaamde schoolweek;
degene die als gebruiker van een woonwagen of woonschip als bedoeld in de Woonwagenwet onderscheidenlijk in de Wet op woonwagens en woonschepen, daarin overnacht;
degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd.
degene die verblijf houdt als vreemdeling als bedoeld in artikel 19, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c,d,f,g,h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
Jongeren tot en met 16 jaar die onder bevoegde leiding deelnemen aan activiteiten, alsmede de bevoegde leden van die begeleiding, en deel uitmaken van een vereniging of een andere organisatie met een doelstelling van educatieve, wetenschappelijke, sociale of culturele aard.
Artikel 3
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2026