**1..** De belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen dertig dagen na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**3..** In afwijking in zoverre van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting, indien het inwerkingstellen van de parkeerapparatuur geschiedt door middel van het aanmelden bij de centrale computer van de gemeente dan wel van het bedrijf of de instantie waarmee de gemeente een overeenkomst heeft gesloten, bestemd voor de registratie van parkeerbewegingen in het kader van het verlenen van diensten op het gebied van betaald parkeren met gebruik van een telefoon of ander communicatiemiddel, betaald worden binnen twee maanden na de dag waarop het belastbare feit heeft plaatsgevonden.
**4..** Een naheffingsaanslag moet binnen twee weken na dagtekening van het naheffingsaanslagbiljet worden betaald.
**5..** De belasting genoemd onder artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van aanslag en/of kennisgeving langs elektronische weg. Het gevorderde bedrag wordt door toezending van de aanslag of uitreiking van de kennisgeving langs elektronische weg kenbaar gemaakt.
**6..** De belasting genoemd onder artikel 2, onderdeel b, moet indien deze opgelegd wordt bij wege van aanslag worden betaald op grond van artikel 9, lid 1 binnen zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet.
**7..** In afwijking van lid 6 dient een belasting genoemd onder artikel 2, onderdeel b, indien deze wordt geheven middels een kennisgeving langs elektronische weg terstond worden betaald.
**8..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.