Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2.1

Handhavingsmaatregelen

Onderdeel van Beleidsregels Bestuurlijke aanpak vuurwerk gemeente Beuningen 2025

1.. Bij het aantreffen van vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting, ernst en aard van de overtreding, een last onder dwangsom opleggen om herhaling van de overtreding(en) te voorkomen; 2.. Bij herhaalde overtreding van bij of krachtens het Vuurwerkbesluit, Besluit bouwwerken leefomgeving en/of, Omgevingswet gestelde eisen op dezelfde locatie, waarbij eerder wegens aangetroffen illegaal vuurwerk een last onder dwangsom is opgelegd, en die eerdere lastonder dwangsom volledig is uitgewerkt, kan het college van burgemeester en wethouders de locatie tijdelijk sluiten op grond van artikel 17 Woningwet; 3.. Bij het aantreffen van vuurwerk op een locatie kan het college van burgemeester en wethouders, afhankelijk van de gevaarzetting en de ernst en aard van de overtreding ook een bestuurlijke boete opleggen aan de overtreder (zie artikel 7 van deze beleidsregels); 4.. Bij het opleggen van een last onder dwangsom en/of het sluiten van een locatie hanteert het college van burgemeester en wethouders de in Tabel 1 gegeven handhavingsmatrix en de daar weergegeven uitgangspunten voor hoogten van dwangsommen en lengten van sluitingstermijnen; 5.. De handhavingsmatrix is gebaseerd op de indeling in algemene gevaarzetting, zoals verwoord in Lijst I t/m Lijst III van Richtlijn strafvordering voor vuurwerkdelicten, waarbij geldt hoe hoger het lijstnummer, hoe groter de potentiële gevaarzetting voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid op of in de directe nabijheid van de locatie; 6.. De in de handhavingsmatrix gebruikte criteria zijn slechts een richtlijn. Per situatie kan de opgelegde dwangsomhoogte aangepast worden, als verzwarende of verzachtende omstandigheden dit rechtvaardigen; 7.. Bij de toepassing van in Tabel 1 van deze beleidsregels genoemde sluitingstermijnen, maakt het college van burgemeester en wethouders omwille van de overzichtelijkheid en eenduidigheid geen onderscheid in lengte van de sluitingstermijn tussen te sluiten woningen en niet-woningen (lokalen) of erven. Alle termijnen zijn namelijk van tevoren afgestemd op de (doorgaans kortere) sluitingstermijn voor sluiting van een woning; 8.. Indien gedurende drie jaar na de eerste of tweede overtreding geen nieuwe constatering plaatsvindt, zal de zaak als afgedaan worden beschouwd. Een latere constatering op dezelfde locatie zal dan gelden als een eerste constatering.

Rechtspraak bij dit artikel