Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 18.

Begroting

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Noord-Hollands Archief

1.. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste twaalf weken voor de in het zevende lid bedoelde vaststelling, de minister en de raden van de gemeenten een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van Noord-Hollands Archief en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. . Bij het opstellen van het ontwerp voor de begroting, bedoeld in het eerste lid, neemt het algemeen bestuur het archiefbeleid en het cultuurhistorisch beleid, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de algemene aanwijzingen, bedoeld in artikel 2, derde lid, in acht en daarnaast de afspraken, bedoeld in artikel 16, vijfde lid. 3.. De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de Minister en de colleges voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaar stelling geschiedt openbare kennisgeving. 4.. De Minister en de raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur voor 1 juli hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, en biedt deze vervolgens aan het algemeen bestuur aan. 5. . De minister en de raden van de gemeenten kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. 6. . Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. De begroting wordt bij unanimiteit vastgesteld. 7.. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur de begroting aan de Minister en de raden van de gemeenten die ter zake bij gedeputeerde staten van de provincie hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 8.. Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september ter kennisneming aan gedeputeerde staten van de provincie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel