Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 14.

Vervoer

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Neder-Betuwe 2026

1.. Als de jeugdige is aangewezen op jeugdhulp, zijn jeugdige of diens ouders zelf verantwoordelijk voor het vervoer naar en van de locatie waar jeugdhulp wordt geboden. 2.. Indien de jeugdige vanwege een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid niet zelfstandig kan reizen en het probleemoplossend vermogen van zijn ouders ontoereikend is om zelf voor het vervoer te zorgen of te laten zorgen, kan een vervoersvoorziening worden verstrekt. 3.. Een vervoersvoorziening is altijd tijdelijk. De voorziening wordt beëindigd op het moment dat de medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige en/of beperking in het probleemoplossend vermogen van ouders is opgeheven. 4.. Het college kan in de beleidsregels nadere regels stellen over de voorwaarden waaronder een vervoersvoorziening wordt toegekend.

Rechtspraak bij dit artikel