Het college is bevoegd om de inburgeringsplichtige te ontheffen van de inburgeringsplicht wanneer:
er sprake is van individuele omstandigheden als genoemd in artikel 6, eerste lid WI;
een het onderzoek als bedoeld in artikel 25 van de WI daartoe aanleiding geeft en;
indien het college beoordeelt dat, op grond van de door de inburgeringsplichtige aantoonbaar geleverde inspanningen ten aanzien van het behalen van het (inburgerings)examen binnen de in artikel 7 van de WI gestelde termijnen, het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk is het (inburgerings)examen te behalen. De inburgeringsplichtige dient hiertoe een schriftelijk verzoek in bij de gemeente, vanaf zes maanden voor het verstrijken van de inburgeringstermijn, vergezelt van een duidelijke motivatie.
Het college kan de termijn van zes maanden voor het verstrijken van de inburgeringstermijn buiten toepassing laten, indien toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
HOOFDSTUK VI
Artikel 22
Ontheffing van de inburgeringsplicht
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Participatievoorzieningen