Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK VI

Artikel 25

Boete

Onderdeel van Uitvoeringsbesluit Participatievoorzieningen

In de Verordening Participatievoorzieningen is in artikel 25 en 26 de hoogte van de bestuurlijke boetes vastgelegd. In dit artikel is de werkwijze met betrekking tot het opleggen van de boetes uitgewerkt. Lid 1 correspondeert met artikel 25 lid 1 van de verordening en lid 2 met artikel 25 lid 2 van de verordening. 1.. Het college legt een boete van € 250,00 op indien de inburgeringsplichtige voor de derde keer niet verschijnt op een zonder tegenbericht of geldige reden en het college het vermoeden heeft dat de inburgeringsplichtige onvoldoende medewerking verleent. Na de eerste en tweede keer niet verschijnen stuurt het college een herstelbrief en een nieuwe afspraak. 2.. Het college legt een boete van € 500,00 op indien de inburgeringsplichtige voor de tweede keer geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde inburgeringsvoorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de WI of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 21 van de Verordening Participatievoorzieningen. Na de eerste keer volgt een gesprek en een waarschuwingsbrief. 3.. Indien er sprake is van recidive binnen twaalf maanden en de inburgeringsplichtige valt dit te verwijten, dan zal de bestuurlijke boete opnieuw worden opgelegd. Hiervoor gelden dezelfde regelingen als beschreven in lid 1 en 2 van dit artikel. 4.. De bestuurlijke boete wordt pas opgelegd als de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de persoonlijke omstandigheden zijn vastgesteld. Dit zal uit nader onderzoek moeten blijken (bv. huisbezoek). Als uit het onderzoek blijkt dat de inburgeringsplichtige geen verwijtbaar gedrag heeft getoond (opname in het ziekenhuis; vakantie, enz.) dan moet er geen boete worden opgelegd. 5.. Het college legt geen bestuurlijke boete op indien voor dezelfde gedraging de bijstand kan worden verlaagd op grond van artikel 18, tweede lid van de Wet Werk en Bijstand. 6.. Het college kan afzien van het opleggen van een boete indien daarvoor dringende redenen zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel