Wanneer er sprake is van co-ouderschap wordt de vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3, sub a en sub b van de wet naar rato berekend op basis van het aantal dagen dat de co-ouder de zorg heeft voor het kind.
Wanneer er sprake is van co-ouderschap, worden de vermogensbestanddelen van het kind naar rato tot het vermogen van de co-ouder gerekend, berekend op basis van het aantal dagen dat de co-ouder de zorg heeft voor het kind.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Vermogensvaststelling bij co-ouderschap
Onderdeel van Beleidsregels Vermogen Participatiewet ’s-Hertogenbosch 2026