De schadevergoeding die de belanghebbende ontvangt voor materiële schade wordt niet als vermogen aangemerkt, tenzij de schadevergoeding niet wordt gebruikt voor het wegnemen van de schade.
Schadevergoeding die is bedoeld ter compensatie van het verlies van arbeidsvermogen, wordt aangemerkt als inkomen voor de periode waarop de vergoeding betrekking heeft.
Immateriële schadevergoedingen worden buiten beschouwing gelaten tot het bedrag zoals genoemd in artikel 34, lid 3, onderdeel a van de Participatiewet.
Bij schade van tijdelijke aard (zoals bij onterechte detentie): Indien de immateriële schadevergoeding meer bedraagt dan de vrijlating zoals genoemd in het vorige lid, wordt 2/3 deel van de overschrijding aan het vermogen toegerekend als dit op basis van de individuele omstandigheden redelijk is.
Bij schade van blijvende aard (zoals bij letselschade): Indien de immateriële schadevergoeding meer bedraagt dan de vrijlating zoals genoemd in het vorige lid, wordt de overschrijding toegerekend aan de statistisch te verwachten resterende levensduur van de persoon, te rekenen vanaf het moment van ontstaan van de schade, en herleid tot een maandbedrag. Is dit bedrag lager dan 15% van de bijstandsnorm voor een alleenstaande exclusief vakantietoeslag, geldend op het moment van ontstaan van de schade, dan wordt de schadevergoeding vrijgelaten. Is het bedrag hoger dan de voormelde bijstandsnorm dan wordt het meerdere vermenigvuldigd met het aantal in maanden, dat is gebruikt voor de herleiding in de eerste volzin. Het aldus verkregen bedrag is het deel van de schadevergoeding dat als vermogen in aanmerking wordt genomen. Als het bedrag hoger is dan zou zijn vrijgelaten als de schadevergoeding overeenkomstig het vierde lid zou zijn berekend, dan wordt dit lagere bedrag in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Schadevergoeding
Onderdeel van Beleidsregels Giften en schadevergoedingen Participatiewet ’s-Hertogenbosch 2026