Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 1.

Artikel 14.

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad Stein 2026

1.. Burgers hebben het recht in te spreken in de beeldvormende bijeenkomsten en oordeelsvormende en besluitvormende vergaderingen. 2.. Tijdens de beeldvormende bijeenkomst mag ingesproken worden over onderwerpen die niet op de agenda staan. 3.. Tijdens de oordeelsvormende en besluitvormende raadsvergadering mag alleen ingesproken worden over onderwerpen die op de agenda staan. 4.. Insprekers melden zich uiterlijk 24 uur voor aanvang van de vergadering bij de griffie. De inspreker vermeldt het onderwerp waarover hij het woord wil voeren alsmede de aan de raad over te brengen boodschap. 5.. Het woord kan niet gevoerd worden over: onderwerpen waarbij sprake is of was van een geschil tussen een burger en de gemeente; een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend; 6.. De voorzitter bepaalt op welk moment in de vergadering de spreker het woord krijgt. 7.. Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woorrd. Tijdens het Sprekersplein van de beeldvormende bijeenkomst kan een dialoog tussen de inspreker en raads- en burgerleden ontstaan. Deze dialoog duurt maximaal 30 minuten in totaal. Tijdens de oordeelsvormende en besluitvormende vergadering is het spreken beperkt tot vijf minuten en is er de mogelijkheid voor de inspreker om voorafgaand aan het debat van de raad nog eenmaal, met een maximum van twee minuten, het woord te voeren. 8.. In gevallen waarin dit artikel niet voorziet beslist de voorzitter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel