Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 13

Vergoeding voor waarneming voorzitterschap van de gemeenteraad

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Maasgouw 2007

1. De tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering als bedoeld in ar­tikel 11 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bedraagt €175,- per jaar. 2. In het geval een raadslid gedurende een gedeelte van het kalenderjaar lid van de raad is geweest ontvangt hij de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van het aantal dagen dat hij in dat jaar raadslid is geweest. 3. De betaling van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in maan­delijkse termijnen. 1. De artikelen 2 tot en met 4, 8, 10 tot en met 12 en 13a blijven van toepassing op het raadslid aan wie ingevolge artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is ver­leend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat de on­kostenvergoeding die dit raadslid op grond van artikel 3, eerste of tweede lid, ont­vangt de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepalingen van toepas­sing is. 2. De artikelen 1 tot en met 7, 8, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 11 tot en met 13a van deze verordening zijn van toepassing op raadsleden die tijdelijk wor­den benoemd ter vervanging van een raadslid dat ingevolge artikel X10 van de Kieswet tijdelijk ontslag heeft verkregen wegens zwangerschap en bevalling of ziek­te. 1. Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de belanghebbende wordt aan de part­ner van wie hij niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd gelijk aan de uitkering, die de belanghebbende op de dag van het overlijden genoot, berekend over een tijdvak van drie maanden. 2. Laat de overledene geen partner na dan geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen van de overledene of van de minderja­rige kinderen waarover de overledene ten tijde van het overlijden de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van een kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, ten behoeve van die betrekkingen. 3. Laat de overledene geen betrekkingen na als bedoeld in het eerste of tweede lid dan kan het bedrag, bedoeld in het eerste lid, geheel of ten dele worden uitge­keerd voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van lijkbezorging in­dien zijn nalatenschap voor de betaling van die kosten ontoereikendis.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel